Log in
inloggen bij Renda
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Artikelen

Een korte geschiedenis van collectief renoveren

Haico van Nunen, Yuri van Bergen - 23 november 2022

Gemeenten zijn eindverantwoordelijk voor het terugbrengen van de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. Op dit moment vertalen zij hiervoor hun warmtevisie naar concrete wijkplannen. En direct wordt al duidelijk dat de capaciteit om de maatregelen fysiek uit te voeren ontbreekt. Bedenk dat het om een integrale wijkaanpak gaat waarbij naast verduurzamen ook andere thema's zoals biodiversiteit, energiearmoede en klimaatadaptatie op de agenda staan. En dit komt bovenop de bestaande uitdagingen zoals de beschikbaarheid en betaalbaarheid van het wonen en de afnemende leefbaarheid in vele buurten.

Om het tempo van de verduurzaming op te kunnen voeren hebben we alle denk- en doe-kracht nodig om zowel de vraag naar, als het aanbod van renovatieproducten doeltreffend en doelmatig te organiseren. Het ordenen en groeperen van zowel de woningvoorraad als de gebruikers kan ons hierbij helpen, er zijn diverse manieren om dat te doen. Om deze omvangrijke opgave te realiseren probeert eenieder het gat te verkleinen tussen het microniveau van de individuele eigenaar-bewoner en het macroniveau van de overheid en de markt. Dé plek om die brug te slaan is de buurt. Daar kan de vraag van woningeigenaren gebundeld worden en (in een continue stroom van uitvoering) gekoppeld worden aan een eveneens gebundeld aanbod. Pas in die combinatie ontstaat een realistisch perspectief op het versnellen en opschalen van de verduurzaming van de gebouwde omgeving.

De oorsprong van de collectieve aanpak

Een gebundelde of collectieve aanpak is geen nieuw begrip binnen de gebouwde omgeving. Het was tijdens de wederopbouw van ons land, onder druk van de maatschappelijke behoefte aan veel nieuwe woningen in korte tijd, dat men ging nadenken over voorwaarden en uitgangspunten om slimmer en sneller met elkaar te bouwen. Daarna was er eind jaren tachtig een vergelijkbare behoefte omdat al deze woningen gelijktijdig door (groot) onderhoud verbeterd moesten worden. In deze tijd begon men eveneens na te denken over de duurzaamheid van onze woningvoorraad, ingegeven door de oliecrisis. Het idee van een collectieve aanpak door de woningvoorraad te ordenen naar aantallen (contigenten) en families (het archetype) werd geïntroduceerd. Hoewel dit idee vele vaders kent zijn organisaties zoals Novem, Adviesburo Damen en wijzelf (BouwhulpGroep) in opdracht van ministeries zoals Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken gestart met een eerste vorm. Onderstaand figuur, dat door de EnergieSprong/ Stroomversnelling werd gebruikt, is in wezen een geactualiseerd overzicht van deze eerste versie.

 

Renoveren = draagvlakontwikkeling (en dat kost tijd)

Kenmerkend voor het renoveren van wijken en buurten is de hoeveelheid tijd en energie die het kost voordat er daadwerkelijk iets aan een woning wordt verbeterd. In de huidige praktijk heeft dan ook niet iedereen hetzelfde beeld van een ‘volledig’ renovatie proces. Vooral bij de aanbiedende partijen is er nog veel onbekendheid over de energie en activiteiten die voorafgaand aan de contractvorming hebben plaatsgevonden met de woningeigenaar (veelal sociale woningbouwcorporaties) en haar bewoners. Dat deze processen vanaf de initiatieffase, draagvlakontwikkeling, planvorming tot aan de uitvraag (met name vroeger) soms wel 10 jaar duren is voor veel mensen onbekend. Onlangs concludeerden personen betrokken bij de PAW-projecten nog dat we eigenlijk te weinig tijd hebben om deze manier van werken ook bij de particuliere woningmarkt in te zetten. De figuur over woningen en woningeigenaren maakt duidelijk waarom.

Bij iedereen aan de keukentafel gaan zitten om te bespreken wat de plannen zijn is simpelweg geen optie.

Particulier renoveren is mogelijk door herhaling

Renoveren is niet alleen arbeidsintensief in de voorbereiding, maar zeker ook in de uitvoering. Het werven van geïnteresseerde buurtbewoners en het vaststellen van de bestaande kwaliteit van hun woningen kost al veel tijd. Daar komt nog bij dat deze (naast elkaar gelegen) woningen na jaren van gebruik inmiddels allemaal anders zijn geworden (ten opzichte van elkaar) dan ooit gebouwd. Door verschil in gebruik, (gebrekkig) onderhoud en/of eventuele verbeteringen is iedere woning ondertussen uniek. Hiernaast is de behoefte, het budget en de wensenlijst van iedere woningeigenaar eveneens verschillend. En dat betekent dat renoveren maatwerk is en dat niet iedereen de kennis en ervaring heeft om dit te kunnen leveren. Mogelijke oplossingen zoals prefabricage bij renovatie vragen nog steeds om maatwerk omdat een particuliere woningeigenaar bijna nooit de gehele woningen van binnen en buiten gelijktijdig aanpakt, maar kiest voor een stapsgewijze aanpak waarbij steeds op verschillende bestaande situaties aangesloten moet worden. Het werken met grote groepen (collectieven) op basis van herhaalbare oplossingen (concepten) vormt een manier om dit gat tussen vraag en aanbod op een efficiënte manier te overbruggen. 

Collectiviteit

Bouwhulp is als bureau gestart in 1978 met het ondersteunen van bewoners tijdens de Stadsvernieuwingsperiode. Een periode die zich later zal kenmerken als een praktijk van collectieve aanpakken. Nu bijna 50 jaar later zijn er inmiddels meer (bewezen!) collectieve vormen mogelijk, en hebben we naast eigen ontwikkelingen ook vele andere varianten zien ontstaan. Hieronder een kort en globaal overzicht van enkele herkenbare en bekende vormen uit het heden en verleden. Met daarbij direct een oproep; mocht je zelf een bewezen aanpak hebben ontwikkeld laat deze weten en dan publiceren we later een volledig actueel overzicht:

•    COLLECTIVITEIT VANUIT BEZIT: Woningcorporaties ontwikkelden als eerste een collectieve aanpak (vanaf de jaren ’80). Voor deze periode werden gebreken verholpen, maar kwamen collectieve ingrepen nauwelijks voor. Met het ouder worden van de groep naoorlogse woningen in hun bezit zag men in dat er behoefte was om op basis van het bezit onderhoud te plegen. Dit is het ontstaan van planmatig onderhoud. Doordat hun bezit opgedeeld is naar administratieve eenheden (complexen) wordt dit de schaal waarop corporaties opereren.
•    COLLECTIVITEIT VANUIT DE COMPONENT: Ondersteund door de overheid en vele partijen zijn we als BouwhulpGroep, mede naar aanleiding van onze rol als programmaleider E’novatie, in opdracht van Novem en het ministerie van Economische Zaken (1986-1993) gestart met een verfijnde vorm van het archetype. De ervaringen en oplossingen die binnen dat programma opgedaan werden zijn ontsloten met de componenten vloeren, daken en gevels. In de periode daarna hebben we het begrip ‘component’ in onze praktijk verder uitgewerkt en gedefinieerd. Door niet de gehele woning (lees hier archetype) te hanteren als eenheid maar een schaal iets groter dan het product en kleiner dan de woning (de component) is het ons gelukt om collectiviteit te organiseren voor bestaande woningen ongeacht de vorm van eigendom, woningtype en/of bouwjaar.
•    COLLECTIVITEIT VANUIT HET CONCEPT: Met de kennis van de componenten in aantal (totale omvang) en eigenschappen van de component (families) ontstond er behoefte aan een herhaalbaar aanbod (het concept). Dus werd er in 2005 het initiatief genomen voor de ontwikkeling van een herhaalbaar renovatie aanbod op basis van deze component families. Onder de merknaam Alliantie+ is in samenwerking met vele marktpartijen de opgebouwde kennis en ervaring vertaald naar meer dan 50x concepten die nog steeds dagelijks worden toegepast binnen plannen voor woningbouwcorporaties, vereniging van eigenaren en particulieren. Het is deze praktijk, waar we zelf mee gestart zijn aan de keukentafel, waarin we gemerkt hebben hoe tijdsintensief renoveren samen met de eigenaar-bewoner is. Door de inzet van methodieken zoals Component Renovatie, Mobiele Buurtfabriek en de Menukaart hebben we collectieve vormen van werkbaar gemaakt.
•    COLLECTIVITEIT VANUIT DE WIJK: In 2009 is het idee dat nu bekend is onder de naam Reimarkt door Reimar Von Meding aan het publiek gepitched bij Stadlander. Ook deze aanpak maakt gebruik van een vorm van collectiviteit door in een wijk of buurt een zogenaamde (tijdelijke) ‘winkel’ te starten waardoor er continuïteit geboden kan worden door de opgedane kennis, het netwerk en de oplossingen binnen de buurt collectief te organiseren vanuit een herkenbare locatie; het gebied is daarmee de ordening en de drager voor herhaling.
•    COLLECTIVITEIT VANUIT HET AANBOD: Een jaar later (2010) kwam de Energiesprong (Platform31) met het initiatief De Stroomversnelling. Geïnspireerd door het plaatje van de archetypen koos programmaleider Jan Willem van de Groep voor een collectieve aanpak op basis van het archetype ‘Doorzonwoning’ uit de periode 1964-1974. Daarvan staan er ongeveer 1,2 miljoen van in Nederland en een groot deel hiervan is in bezit van woningbouwcorporaties (het was nu eenmaal de grootste groep in aantallen). Door vier aannemers gezamenlijk een productoplossing voor deze woning te laten ontwikkelen waarmee direct naar Nul-op-de-Meter kon worden gegaan, werd de herhaling gericht op een Product-Markt-Combinatie, zoals ook omschreven in het Pamflet dat met financiële steun van EnergieSprong is geschreven. 
•    COLLECTIVITEIT VANUIT DE KETEN: Vanuit diverse evaluaties van het succes van de Stroomversnelling is in 2019 het idee De Renovatieversneller bedacht. Hierbij werd een collectieve aanpak gepresenteerd gebaseerd op een Product-Markt-Combinatie (zoals de NOM woning) voor specifieke te vormen clusters (voornamelijk op basis van het archetype). Waar bij de Energiesprong het archetype vooraf was bepaald (Doorzonwoning periode 1964 – 1974) werd deze keuze hier vrij gelaten. Ondanks de grote ambitie en steun van BZK, De Bouwagenda, NVDE, etc. is dit programma nooit verder dan de introductiefilm gekomen. Gelukkig heeft dit initiatief inmiddels door steun van De Stroomversnelling, BTIC en TKI een herstart gekregen onder de naam ‘Crescendo’. Een belangrijk onderdeel van dit programma is de ‘Contigenten aanpak’ zoals TNO die formuleert.
•    COLLECTIVITEIT VANUIT DE ACTIVITEIT: Vorig jaar (2020) kwam TNO met een publicatie genaamd de ‘Contigenten aanpak’. Een nieuwe collectieve vorm gebaseerd op leveranciers (van bijvoorbeeld isolatiemateriaal) die met hun oplossingen meerdere (identieke) woningen in eenzelfde gebied kunnen verbeteren. De definitie van deze aanpak luidt als volgt: “…Een contingent is een cluster van gebouwen waar dezelfde verduurzamingsoplossing op toepasbaar is. Dit wordt bepaald op basis van het “gebouw-DNA”. Dit is een set gedetailleerde eigenschappen per gebouw, waarbij zowel naar technische kenmerken, de omgeving als de bewonerswensen wordt gekeken. Deze contingenten omvatten gemiddeld zo’n 15.000 tot 30.000 gebouwen…”. Het woord contigent (dat letterlijk aantallen betekent) is een knipoog naar de nieuwbouw-aanpak uit de wederopbouwperiode. Destijds kregen gemeenten een contingent aangewezen om te bouwen. Dit nieuwbouwcontingent was het aantal woningen dat ze mochten/moesten bouwen en werden door de overheid gebruikt om de nieuwbouwopgave te sturen. In de huidige contingent aanpak van TNO staan ook de aantallen centraal, maar dan waar gelijksoortige oplossingen kunnen worden toegepast. 

 

Lessen geleerd

Zoals hiervoor duidelijk is geworden is het idee van collectieve aanpakken niet nieuw. Mede vanwege de enorme verduurzamingsopgave van 1.000 woningen per dag, is de behoefte om met intelligente vormen slimmer en sneller te renoveren duidelijk geworden. Het bundelen van de vraag en/of aanbod kan daarbij helpen. De korte geschiedenis van collectief renoveren laat zien dat er voldoende (herhaalbare) aanpakken beschikbaar zijn. Laten we dan ook duidelijk zijn door te zeggen dat er geen ‘beste’ collectieve aanpak is. Maar dat we als maatschappij enkel zijn gebaat bij de som van vele collectieve aanpakken om de beoogde klimaat doelstellingen te halen. 

Vanuit onze bijna veertig jarige praktijk van werken met verschillende vormen van collectief renoveren heeft deze ervaring ons veel geleerd. Onder meer dat de collectieve bouwwijze van woningen geen garantie biedt voor het aantal woningen dat geschikt is voor dezelfde aanpak. Ook hebben we geleerd dat met name voor de industrialisatie van het aanbod het belangrijk is dat er vooraf continuïteit kan worden gegarandeerd om in uitvoering ook daadwerkelijk de beoogde herhaling en optimalisatie ten gelden te kunnen maken. Tot slot komt daar nog een belangrijke les bij: dat de mate van flexibiliteit binnen de vraag en aanbod voor de opdrachtgever essentieel is om continuïteit te garanderen. Deze lessen tonen ons dat collectiviteit gaat helpen bij verduurzaming, maar dat deze bundeling wel op de juiste manier ingezet moet worden.

Deze lessen tonen ons dat collectiviteit gaat helpen bij verduurzaming.

Reacties

x Met het invullen van dit formulier geef je Renda en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Renda ©2022. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren