Log in
inloggen bij Renda
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Content / Nieuws

Kosten doorberekenen

15 april 2011

Vanaf 1 juli 2011 kunnen verhuurders van woningen de kosten van energiebesparende maatregelen doorberekenen in de kale huurprijs. De huurder draagt dan naast de lusten (lagere energierekening) ook een deel van de lasten. Dit is het gevolg van een wijziging van het woningwaarderingsstelsel (WWS), waar de Eerste Kamer 5 april mee instemde. Door een waarborg zal de huurder echter weinig merken van deze lasten: de huur wordt pas verhoogd wanneer de totale woonlasten omlaag gaan.

De energiezuinigheid van een huurwoning – bepaald door het energielabel – telt vanaf 1 juli aanstaande mee bij het bepalen van de huurprijs. Dit stimuleert verhuurders energiebesparende maatregelen te nemen en moet resulteren in een meer comfortabele woning voor huurders in combinatie met een dalende energierekening. Per saldo moet het lagere woonlasten opleveren. Daarmee is een lang gekoesterde wens van Bouwend Nederland, Aedes en de Woonbond in vervulling gegaan. Het toenmalig ministerie van WWI, Aedes en de Woonbond hebben in het Convenant Energiebesparing Corporatiesector (oktober 2008) afgesproken dat het woningwaarderingsstelsel (WWS) in onderling overleg wordt aangepast, door de huidige punten in het WWS voor verwarmingsinstallaties en warmte-isolatie te vervangen door een waardering van energielabels.

Stijging kale huur

Door de wetswijziging kunnen verhuurders na investeringen in energiezuinigheid van woningen de huur echter niet zonder meer verhogen. De huur mag alleen worden verhoogd wanneer de energierekening zo scherp daalt dat de totale lasten dalen. En in het geval van collectieve maatregelen moet minimaal 70 procent van de huurders in een complex akkoord gaan met het voorstel tot woningverbetering en de eventuele huurverhoging. De huur kan wel bij een mutatie worden verhoogd, zoals nu ook al het geval kan zijn.

Volgens de Woonbond zal een hogere maximale huurprijs in de meeste gevallen geen gevolgen hebben voor de feitelijke huurprijs die nu betaald wordt. De reden is dat corporaties meestal niet de maximale huurprijs vragen. Gemiddeld liggen de huurprijzen in Nederland op 73 procent van de maximaal toegestane huur.

Slecht energielabel

De wijziging van het WWS zal volgens de Woonbond met name gevolgen hebben voor woningen met een ‘slecht’ energielabel, zoals label G. Directeur Ronald Paping van de Woonbond verwacht dat er door de maatregel per jaar tot 100.000 woningen, meestal vooroorlogs, aangepakt kunnen worden. Volgens Bouwend Nederland is dat onzeker. De organisatie wijst erop dat verhuurders moeite hebben om geld van banken te lenen. 

Bij deze energieverslindende woningen kan door de wijziging de feitelijke huur boven de nieuwe maximale huur uitkomen. Van deze woningen wordt de huur bevroren tot 1 januari 2014: zittende huurders krijgen geen huurverlagingen door de nieuwe waardering.

Oude punten

Ook wordt gedurende de overgangsperiode tot 2014 soms nog uitgegaan van de ‘oude’ punten voor verwarmingsinstallatie en isolatie. De overgangsregeling zorgt ervoor dat corporaties tot 1 januari 2014 de slechtste woningen kunnen aanpakken. Pas daarna is er eventueel sprake van huurverlaging. Maar ook hiervoor geldt dat lang niet elke puntenverlaging vanaf 2014 ook leidt tot een huurverlaging, omdat de feitelijke huur meestal lager is dan de maximaal toegestane huur.

Reacties

Renda ©2024. All rights reserved.