netwerk voor professionals in de sociale woningbouw

Energiearmoede is ook ons probleem
Kosten voor energie voor steeds grotere groep moeilijk op te brengen
Evamarije Smit

ma 12 augustus 2019
artikel

"Energiearmoede is ook het probleem van woningcorporaties, want er is een relatie met de kwaliteit van de woning." Dat zegt directeur-bestuurder René Scherpenisse van Tiwos, een corporatie met een bezit van ongeveer 8.000 woningen in Tilburg. Die stad kent van oudsher veel lage inkomens. Woonlasten zijn het uitgangspunt van het beleid van Tiwos. "Alle investeringen die we doen worden ook langs de lat van woonlasten gelegd."

Het betaalbaar houden van de woningen is, nu de verduurzaming van de bestaande bouw duurder lijkt uit te pakken, geen gemakkelijke opgave. Het nieuwste onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) naar de betaalrisico’s van huishoudens, getiteld Meten met twee Maten, maakt het plaatje completer. PBL heeft de energierekeningen van 2018 opgevraagd en aan de al eerder ontwikkelde ‘betaalrisico-indicator’ gekoppeld. De studie laat veel verschillen zien, maar er zijn drie hoofdgroepen te onderscheiden. Er zijn mensen met een lage huur en een hoge energierekening (aangeduid met energiequote) en juist andersom: mensen met een hoge huur en een lage energierekening (aangeduid met betaalrisico). In beide groepen wordt het één min of meer gecompenseerd met het ander. De derde groep heeft zowel een hoge huur als een hoge energierekening en stapelt dus de problematiek op. “Het is helaas niet zo dat alleen in de laatstgenoemde groep, waar sprake is van problemen die zich opstapelen, grote betaalrisico's te zien zijn”, zegt senior onderzoeker Frans Schilder van het PBL. “Ook in de tweede groep van mensen met een hoge huur en een lage energienota spelen er nu al problemen met de betaalbaarheid. Deze mensen gebruiken al weinig energie om de rekening zo laag mogelijk te houden; lager wordt het niet.” Het gaat in Meten met twee Maten om een groeiende groep huishoudens, bijna een miljoen.

Langs de afgrond-indicator

Huishoudens met slechts 5 euro verschil tussen inkomen en vaste lasten komen nu door de rekenmethodiek niet in de groep van gestapelde problematiek terecht, maar in werkelijkheid zijn de problemen er niet minder om. Zelfs mensen uit de eerste groep, die een relatief lage huur hebben en met 100 euro verschil aan de goede kant van de lijn zitten, kunnen grote betaalbaarheidsproblemen ervaren. Schilder: “Het maakt niet veel uit wat je niet kunt betalen, een hoge energienota, de huur of je boodschappen; wanneer je tot deze huishoudens behoort zit je diep in de problemen. Bij mijn lezingen noem ik onze betaalrisico indicator ook wel de ‘langs de afgrond-indicator’. Je zweeft met een paar euro verschil rondom de grens van het bestaansminimum en je hebt totaal geen ruimte om ook maar iets op te vangen.” Het verhogen van de gasprijs en daarmee ook (in mindere mate) de prijs van elektriciteit, is bewust gekozen beleid van de Rijksoverheid. Het zijn prijsprikkels om huiseigenaren en verhuurders te motiveren hun woningen te verduurzamen. Dit beleid staat echter op gespannen voet met het gegeven dat er nu al groepen mensen niet mee kunnen komen in de energietransitie; een grote groep huurders en woningeigenaren kunnen de isolerende maatregelen van hun huis helemaal niet betalen.

"We hebben het over een armoederavijn"

Vooralsnog heeft het grootste deel van de Nederlandse huishoudens nog geen acuut probleem met het betalen van de woonlasten en de energierekening. De studie Meten met twee Maten hanteert een ondergrens voor minimaal noodzakelijk overig levensonderhoud, vastgesteld door het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Het gehanteerde criterium voor een hoge energiequote kent een zekere mate van willekeur, afhankelijk van de weersomstandigheden in het basisjaar. Desondanks laten gevoeligheidsanalyses in de studie Meten met twee Maten zien dat er zich binnen de groep die nu  geen hoge energiequote of betaalrisico heeft, toch honderdduizenden huishoudens in de buurt van de gehanteerde grenzen bevinden. Een gasprijsstijging van 10 cent per kubieke meter duwt bijvoorbeeld meer dan 170.000 huishoudens over die grenzen.

Het Centrum van Rhene. Foto: Evamarije Smit

Armoederavijn

Zover is het nog niet, maar tegelijkertijd gaat het niet over fictieve problemen: er is een groep huurders en woningeigenaren met betaalrisico's, nu zo’n 900.000 huishoudens. Meten met twee Maten is gebaseerd op de kengetallen van WoOn 2015, het jaar waarin de nieuwe Woningwet werd geïntroduceerd. Schilder verwacht in WoON 2018 geen schokkende wijzigingen. Zo verwacht hij nog geen zichtbare effecten van passend toewijzen, waarbij voorkomen moet worden dat mensen een te dure woning huren. “Passend toewijzen is een systemische verandering. Om daar de effecten van te zien zijn veel verhuizingen nodig. Die zijn er relatief weinig, dus hebben we meer tijd nodig.” Persoonlijk hoopt Schilder dat door het passend toewijzen het aandeel van huurders met een betaalrisico flink is gedaald maar een realistische kijk gebiedt hem te zeggen dat het aantal huurders in deze categorie waarschijnlijk niet dramatisch is toegenomen, maar ook niet afgenomen. In Tilburg houdt corporatiedirecteur Scherpenisse een slag om de arm. Hij kan niet met zekerheid zeggen of deze groep huurders in aantal is gegroeid. “Voor zover ik kan overzien niet. Een gematigd huurbeleid en veel aandacht voor verduurzaming (de laatste jaren zijn veel woningen aangepakt) wijzen in de andere richting. Het kan de komende jaren door sterk stijgende energieprijzen wel anders komen te liggen”.

Ralf Embrechts werkt al jaren in de armste wijken van Tilburg. Armoede is zijn vak geworden. Na de succesvolle lancering van de Quiet500 (de tegenhanger van de Quote500) in 2013 (en 2e editie in 2016), kreeg hij bijzonder veel landelijke publiciteit en respons van enkele miljonairs. Zo kon de Quiet Community ontstaan, een nieuwe beweging van onderlinge solidariteit die mensen die het goed hebben verbindt met mensen die hulp kunnen gebruiken. Er bestaan inmiddels zeven Quiet Communities, als een uit de hand gelopen hobby van Embrechts. In het dagelijks leven werkt hij voor Maatschappelijke Ontwikkelings Maatschappij (MOM) Tilburg. Hij vertelt: “De vaste lasten zijn de laatste jaren steeds blijven stijgen. Dan de huur, dan de zorgverzekering, dan de kabelaansluiting, dan de telefoon, dan de btw. Ik kan bijna niets verzinnen dat goedkoper is geworden. En die stijgingen worden niet altijd voor de volle 100% gecompenseerd door de toeslagen (huur/zorg/kind). Het Nibud zegt al negen jaar op rij dat een bijstandsuitkering 200 euro te laag is om ook maar de eerste tegenslagen op te vangen. Een fiets gejat, extra schoolkosten, een zieke ouder verzorgen; mensen hebben er gewoon het geld niet meer voor. Als je werkt is het minimumloon ook geen vetpot. Zo iemand verdient netto 150 euro per maand meer dan iemand met een bijstandsuitkering. Bovendien kost werken ook nog eens geld. Dit beleid creëert werkende armen. Dat noemen we geen armoedeval maar meer een armoederavijn.”

Maffia van schuldeisers

Al jaren geleden zijn medewerkers bij Tiwos opgeleid om huurders met een huurachterstand van zes weken te bezoeken. In een persoonlijk gesprek wordt de situatie verkend waarop een plan van aanpak volgt. “Vooral om de maffia van schuldeisers voor te zijn”, aldus Scherpenisse. Instrumenten die de corporatie kan inzetten zijn bijvoorbeeld hulp bij schuldsanering, het verhuizen naar een goedkopere woning en voorlichting over energiezuiniger leven. Scherpenisse is daarbij enthousiast over inkomensafhankelijke huur. Dat werkt twee kanten op: wanneer het inkomen stijgt, stijgt ook de huur en andersom: huurders waar het inkomen (tijdelijk) daalt en die een te dure woning hebben, krijgen (tijdelijk) een lagere huur. Onderzoek van het PBL onderstreept dat een laag inkomen de belangrijkste verklaring is voor betaalrisico's. Bij het ontwikkelen van de betaalrisico-indicator, die laat zien of een huishouden na aftrek van woonlasten nog voldoende geld overhoudt voor minimale overige uitgaven voor levensonderhoud, vonden de onderzoekers dat betaalrisico’s vooral bij de armste groep huurders voorkwamen en ook dat het aandeel huurders met een betaalrisico is toegenomen. De belangrijkste verklarende factor is het inkomen. Er was niet veel verschil in huurprijs tussen huurders met en zonder betaalrisico. Ook logisch: mensen op minimumniveau hebben het echt niet breder gekregen, doordat veel lasten zijn toegenomen. Boodschappen worden duurder, huren, energierekeningen en ook de zorgpremies stijgen. Er is ook gerekend of er iets aan te doen is: forse huurverlagingen bij corporaties halen de armste groep nog steeds niet uit de betaalrisico-situatie maar zijn wel desastreus voor de investeringscapaciteit. Huurtoeslag helpt wel degelijk, maar kan niet voorkomen dat toch aanzienlijke aantallen huishoudens vlak bij of zelfs onder het minimum een betaalrisico lopen.

In 2010 deed onderzoeks- en adviesbureau RIGO in opdracht van de corporaties en de gemeente Tilburg voor het eerst onderzoek naar de integrale woonlasten (huur en energie) van hun huurders. Toen al schrok iedereen zich kapot van de uitkomsten. Scherpenisse: “De uitkomsten sloegen in als een bom. Volgens de definities van toen bleek dat 40% van onze huurders te hoge woonlasten had. De relatief hoge energierekening was toen ook al een boosdoener.” Dit onderzoek gaf aanleiding om in het Convenant Wonen, de prestatieafspraken van de Tilburgse corporaties en de gemeente, de beheersing van woonlasten als uitgangspunt te nemen. Isolatie van woningen was een van de belangrijkste maatregelen. Zo werden in de periode 2011-2016 ruim 4.000 corporatiewoningen aangepakt met zogenoemde ‘label B-renovaties’. Daarbij leverde Tiwos in 2014 haar eerste nul-op-de-meter-woningen (‘NOM-woningen’) in de bestaande woningvoorraad op en is NOM de standaard in de nieuwbouwproductie. Elke vijf jaar herhaalt RIGO het onderzoek. In 2019 is het weer zover en Scherpenisse is benieuwd naar de uitkomsten. 

"In ben enthousiast over inkomensafhankelijke huur"

Embrechts is sceptisch over alle indicatoren en sommetjes over betaalrisico’s die hij voorbij ziet komen. Dag in dag uit ziet hij de armoede om zich heen. Hij benadrukt dat mensen geen gemiddelde plaatjes zijn. Hij herinnert aan de februarimaand, toen we op landelijke schaal flink wat commotie beleefden met de gemiddelde plaatjes over de koopkrachtstijgingen en de voorspelde stijging van de energienota. Ineens raakte het velen en niet alleen de armen. De verontwaardiging was groot, is zijn observatie. “Mensen in armoede zijn niet de beste versie van zichzelf omdat ze veel financiële stress ervaren. Zij kijken hooguit tot het einde van de maand. Sommetjes die aantonen dat je met zonnepanelen (en een huurverhoging) de energierekening van volgend jaar kunt verlagen, komen niet of nauwelijks binnen. Een buurtbewoner zei laatst nog tegen me dat ze natuurlijk om het milieu geeft, ‘maar laat ik eerst maar eens mijn eigense milieu op orde krijgen, daar maak ik me al genoeg zorgen over’.” Wel ziet Embrechts kansen om de verduurzaming van de huizen te koppelen aan de verduurzaming van deze groep bewoners. Dat noemt hij dubbele duurzaamheid. “Zorg dat de vele banen die hiermee gemoeid zijn juist bij mensen in de wijken terecht komen. Dat verhoogt het draagvlak en zien zij het rendement meteen terug in de eigen wijk en in de eigen portemonnee.”

Ad Reinders gaat boodschappen doen. Foto: Evamarije Smit

Milieu versus betaalbaarheid

De afgelopen paar jaar is voor Tiwos naast woonlasten als uitgangspunt voor beleid ook het milieu (lees: het verminderen van CO2-uitstoot) steeds belangrijker geworden. Dat levert de corporatie veel dilemma’s op. In de Tilburgse Abdijbuurt bijvoorbeeld, met veel grondgebonden woningen en portiekflats, zal binnenkort een renovatie starten waarbij de eengezinswoningen worden aangesloten op een warmtenet. Die gaan erop vooruit: daar wordt relatief meer gestookt waardoor de energienota gunstiger zal uitpakken ten opzichte van de huidige situatie. Voor een een- of tweepersoonshuishouden in de portiekflat valt de energienota echter regelmatig duurder uit. Het dilemma hier is dat aansluiting op het warmtenet voor het milieu goed is maar voor de woonlasten slecht. De bewoners van de portiekflat zullen dan ook niet geneigd zijn hun handtekening te zetten voor het benodigde draagvlak van 70%, dat wettelijk nodig is voor het uitvoeren van renovaties van corporatiewoningen. Daarbij is de eventuele aansluiting van de portiekflats op het warmtenet complexer en duurder dan van grondgebondenwoningen. Scherpenisse vindt die investering niet verantwoord: “Wij willen op den duur af van deze portiekflats. Daarvoor rekenen we dus niet met periodes van 30 tot 50 jaar, in tegenstelling tot de eengezinswoningen. We hebben dus minder tijd om de investeringen terug te verdienen.”

"Aansluiting op het warmtenet is goed voor het milieu maar slecht voor de woonlasten"

Naast deze ‘no regret’-maatregelen investeert Tiwos in het opwekken van zonne-energie. Op verzoek van de bewoners of anders bij mutatie krijgen woningen waarvan de daken gunstig liggen zonnepanelen. Scherpenisse vergelijkt het met brandveiligheid: “Toen dat verplicht werd vroegen we mensen ook niet of ze daar belangstelling voor hadden. Dat geldt nu ook voor zonnepanelen; uiteindelijk zitten die er gewoon op”. Tiwos, landelijk bekend van de stroomversnellingswoningen (“gelukkig hebben we er maar 18 gedaan want de problemen met de installaties houden maar niet op”) blijft experimenteren. Binnenkort start er een kleinschalig experiment met elektrische ketels. In de warmtenetten ziet Scherpenisse het laag hangend fruit, hoewel hij daar ook drie maren ziet. Dat zijn lasten voor de bewoners die weinig gas verbruiken, de ondoorzichtigheid van de aansluitkosten en de monopolypositie van de leverancier. Scherpenisse vindt dat er een brede maatschappelijke discussie moet komen: “We leveren onze bewoners uit aan een monopolist. Hoe weten we nou dat we op termijn een goede deal hebben gesloten? Zouden het geen publieke netten moeten worden waar diverse energieleveranciers hun aanbieding over mogen transporteren?” Zachter van toon voegt hij eraan toe: “Een beetje ProRail-achtig”.
“De deadline voor de hele operatie is het moment dat we geen gas meer geleverd krijgen,” stelt Scherpenisse. Wanneer dat precies zal zijn durft hij niet te zeggen, noch wat het grootschalige antwoord zal zijn. Wat Scherpenisse zeker weet is dat het toekomstige verbruik nog niet bekend is. Naast een stijgende energienota en het verduurzamen van de woning is er in de analyse van Schilder in de nabije toekomst nog meer aan de hand: “Het gaat niet alleen over de kosten voor energie. Doordat mensen langer thuis (moeten) blijven wonen moeten woningen ook levensloopbestendig gemaakt worden. Er zullen allerlei aanpassingen gefinancierd moeten worden. Daarbij zijn oude mensen ineens ook mantelzorger voor hun buurvrouw of hebben zelf hulp nodig. Vooral dat laatste brengt een kostenplaatje met zich mee. Kortom, het integrale beeld over de hele breedte wordt steeds belangrijker”.

Dubbele duurzaamheid

Hoe kunnen we de energietransitie koppelen aan kansen voor (kwetsbare) bewoners op het gebied van werk en sociale cohesie? Op 14 november, tijdens de Dag van de Bewoner, vertelt Ralf Embrechts hoe Tiwos inzet op dubbele duurzaamheid en hoe dit er in de praktijk uit ziet. Lees meer op www.dagvandebewoner.nl.

Reacties

xMet het invullen van dit formulier geef je Renda en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren