netwerk voor professionals in de sociale woningbouw

Heeft renoveren wel 'de toekomst'?
Haico van Nunen
Haico van Nunen

do 30 april 2015

Zo na het eerste kwartaal van 2015 komen de cijfers van 2014 naar buiten. Natuurlijk allemaal nog even onder voorbehoud. Maar het laat de resultaten van het afgelopen jaar zien en geeft tevens een vooruitblik op de opgave die voor ons ligt. Het grootste nieuws dat wordt genoemd, is dat nieuwbouw weer een klein beetje begint aan te trekken.

In 2014 zijn er 35.000 nieuwe woningen gebouwd, in 2015 worden 40.000 woning verwacht. De voorspelling is dat dit langzaam groeit tot 50.000 en meer, maar de aantallen van 70.000 of 80.000, zoals we die de afgelopen twee decennia noemden, halen we voorlopig niet meer.

Als we toch over cijfers bezig zijn meteen een andere voorspelling. Namelijk eentje van het CBS dat we in 2045 ongeveer 8,5 miljoen huishoudens in Nederland hebben. Ervan uitgaande dat al die mensen ook ergens willen wonen, hebben we nog dertig jaar om 1,25 miljoen woningen erbij te bouwen. 50.000 woningen per jaar betekent dat een groot deel van de nieuwbouwcapaciteit moet worden ingezet voor de noodzakelijke toevoeging van woningen. Wat resteert, dient ter vervanging van woningen die worden gesloopt. Dat betekent dat de komende dertig jaar dus ‘maar’ 8300 aan vervangingscapaciteit beschikbaar is. Even voor de beleving; de afgelopen twee decennia waren er (gemiddeld) jaarlijks 16.500 onttrekkingen (het dubbele!). 

Ik voel hier een probleem aankomen. Er zijn nu eenmaal woningen die om wat voor reden  dan ook niet meer kunnen worden verbeterd. Technisch, financieel of economisch en niet te vergeten regionale omstandigheden zoals in de krimpgebieden of gebieden met een eenzijdig aanbod. Bovendien kan sloop een onderdeel zijn van de herstructureringsopgave. Maar zoals het er nu naar uitziet, kan er minder worden gesloopt en moeten we nog meer handhaven dan we al deden. Op zichzelf natuurlijk niets mis mee; dan gaat het erom dat we in de afweging nog nauwkeuriger kijken voor welke vraag het specifieke aanbod is geschikt. Wat zijn de specifieke kwaliteiten en welke vraag past hier het beste bij?

Met bovenstaande cijfers wordt het belang van bestaande bouw (en het in stand houden en verbeteren daarvan) nogmaals onderstreept. Van de huidige voorraad woningen staan er in 2045 nog steeds 7 miljoen, met een minimale leeftijd van dertig jaar. De opgave ligt dan ook in het verbeteren daarvan. Mijn verbazing is vooral omdat tussen al die cijfers over nieuwbouw nauwelijks iets was te vinden over de ontwikkelingen van verbouw. Welke ontwikkelingen hebben plaatsgevonden op het vlak van renoveren en onderhouden; de markt heeft niet stilgestaan? Is de omzet toe- of afgenomen en zijn de investeringen per woning hoger geworden of juist lager?

Meer cijfers zorgt niet voor meer oplossingen, maar het maakt wel duidelijk hoe de verhoudingen liggen en het geeft renovatie een positie. Kennelijk heeft het die positie echter nog steeds niet, ondanks dat iedereen er de mond van vol heeft en ‘dat renoveren de toekomst heeft’. Maar ja, met 50.000 nieuwbouwwoningen van een ton hebben we het over € 5 miljard omzet. Dat wordt volop gemeten en gepubliceerd. Het feit dat met onderhoud en verbeteren jaarlijks eenzelfde omzet kan worden behaald – bijvoorbeeld door een kwart miljoen woningen voor € 20.000 te verbeteren – blijft onderbelicht.

Toch wel vreemd dat alle blikken nog steeds zijn gericht op de supertanker nieuwbouw, terwijl die ondertussen wordt overvaren door de supertanker bestaande bouw. Wanneer komen er eindelijk goede cijfers over ingrepen in de bestaande bouw, zodat renoveren de positie krijgt die het verdient?

Adviseur BouwhulpGroep, vakredactielid Renda

Reacties

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren