Log in
inloggen bij Renda
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Artikelen

De kunst van verbinden

Wikke Peters - 25 april 2018

Kunstenaars en woningcorporaties: geen vanzelfsprekende combinatie. Toch kiezen steeds meer corporaties voor de inzet van kunstenaars in buurten. Bijvoorbeeld om te achterhalen wat er leeft, of om sloop en renovatie bespreekbaar te maken. Maar ook om de leefbaarheid te verbeteren en ontmoeting te faciliteren.

“Kunstenaars betreden een buurt op een andere manier dan andere professionals. Ze zijn autonoom, worden niet gehinderd door kaders en regels en zien door hun creativiteit vaak nieuwe wegen en mogelijkheden. Ze kunnen aan de zijde van de bewoners staan, maar ook de bestaande status quo uitdagen. Ze zijn soms confronterend en dan weer verzachtend.” Dat zegt Mathilde Heijns van het Centrum voor de Kunsten Eindhoven (CKE). Het CKE faciliteert projecten voor organisaties die kunstenaars willen inzetten rondom maatschappelijke vraagstukken, waaronder woningcorporatie Woonbedrijf. “Kunstenaars en ontwerpers gaan zonder een van te voren vastgesteld einddoel en zonder eigen agenda een buurt in. Ze zijn neutraal, luisteren eerst en stellen vragen. En daarbij is elk antwoord en elke uitkomst goed. Dat gebrek aan een eigen belang, maakt dat ze op een andere en unieke manier contact kunnen maken in de buurt. En dat kan een heel goede aanvulling zijn op het werk van corporaties: het levert waardevolle informatie op en het brengt sociale processen op gang.”

Marlies van Weelden en Auke van de Kerkhof zijn beiden zowel beeldend therapeut als kunstenaar. Naast hun werk als therapeut, respectievelijk bij de GGZ en in een eigen praktijk, voeren ze projecten uit in opdracht van woningcorporaties, gemeentes en zorginstellingen. Van de Kerkhof: “In mijn praktijk werk ik veel met kwetsbare gezinnen. Dat is altijd gericht op een hulpvraag. Maar ik werk ook graag met kwetsbare doelgroepen waarbij die hulpvraag niet het uitganspunt is. Ik geloof heel erg in de luchtige, out-of-the-box benadering die kunst met zich meebrengt.”

Ring My Bell

Ook Van Weelden zocht een nieuwe manier om meer uit haar creatieve skills te halen. Eén van haar eerste projecten voor een corporatie was Ring My Bell, in de Eindhovense wijk Woensel-West. “Ring My Bell is opgezet voor een groep bewoners die ongewild hun huis moest verlaten wegens sloop. Ik werd gevraagd een creatieve manier te verzinnen om de bewoners te begeleiden in het afscheid nemen van hun oude huis. Tegelijkertijd mochten de huizen in afwachting van de sloop een wat minder treurige uitstraling krijgen.”

“We hebben toen allerlei huisgeluiden opgenomen van die bewoners, die we vervolgens gekoppeld hebben aan de leegstaande woning. Zodra je daar op de deurbel drukte, hoorde je die geluiden. Ook werden er silhouetten van de oorspronkelijke bewoners op de voordeur geschilderd. Op deze manier konden mensen die zich machteloos voelden echt iets achter laten: een soort monument voor het huis en het leven dat ze daar leefden. Zo was er bijvoorbeeld een man die erop stond dat het geluid van een doortrekkende wc te horen zou zijn. Onder het mom van: trek de boel maar door de plee, en we laten ze een poepie ruiken. Een vorm van zwarte humor die vaak heel bevrijdend werkt. Het project trok ook de aandacht van de media. Er verschenen artikelen in de lokale kranten, de lokale omroep maakte een filmpje. Daarmee was er ook aandacht voor het verdriet en de machteloosheid van de bewoners die hun huis uit moesten.”

Snoepmeisjes

Ook voor gevoelige antennes is het een pré om een kunstenaar in een buurt te hebben. Van de Kerkhof: “Vanuit ons vakgebied zijn we gewend met allerlei mensen om te gaan, ook die met een psychiatrische achtergrond. Ik begin met luisteren en probeer de dynamiek van een plek aan te voelen. Hoe? Door naar een buurt te kijken als naar een groot gezin. Mensen hebben allerlei ideeën en opvattingen over elkaar en over de buurt. Veel van die ideeën komen uit de onderbuik, ze worden niet uitgesproken. Dat proberen we te doorbreken, door een nieuwe dynamiek op te wekken en de status quo uit te dagen. Als kunstenaar kun je je veel permitteren.”

Een voorbeeld project is Keet op het Gelderlandplein in het Eindhovense stadsdeel Strijp. De sfeer op het plein was niet zo idyllisch als de pittoreske huisjes en oude bomen deden vermoeden. Overlast, vernieling, agressie en burenruzies waren aan de orde van de dag. Het plein werd steeds stiller, en mensen werden steeds huiveriger om het plein te gebruiken. Na veel procedures slaagde Woonbedrijf erin om de twee notoire overlast gevende gezinnen uit te zetten. Maar de sfeer op het plein bleef stil en anoniem. Zonde, vond Woonbedrijf.

Van Weelden en Van de Kerkhof gingen in opdracht van Woonbedrijf aan de slag om te achterhalen wat er leefde op het plein en welke wensen de bewoners hadden. “Dat deden we natuurlijk niet door een enquête te versturen. Van één van de oudere bewoners hoorden we dat er vroeger een snoepwinkeltje was op het Gelderlandplein, waar kinderen voor een paar cent snoep haalden. Veel mensen die nu nog op het plein wonen, hebben daar warme herinneringen aan. We besloten daar op in te spelen door ons te verkleden als twee ouderwetse Sugarettes – ‘snoepmeisjes’- en zo, inclusief popcorn en kauwgomballenbak, overal aan te bellen”, vertelt Van Weelden.

Van de Kerkhof: “Daarmee maakten we contact op een onverwachte manier. We probeerden aan te sluiten bij de leefwereld van de buurt, en trokken mensen tegelijk een beetje uit hun comfortzone. Het werkte: we hebben bijna iedere bewoner aan het plein persoonlijk gesproken.” Uit die gesprekken kwamen een hoop opmerkingen, vragen, frustraties en levenswijsheden. Die uitkomsten koppelden Van Weelden en Van de Kerkhof op een bijzondere manier terug. “We schreven ze met tijdelijke verf op de stoepen voor de huizen. Dat veroorzaakte een hoop commotie: zowel positief als negatief. Ja, er waren ook boze gezichten en gemopper, maar dat geeft niet. Er gebeurde iets, mensen vonden daar iets van en raakten met elkaar in gesprek”, aldus Van Weelden.

In zo'n project week je bewoners even los uit hun eigen leefomgeving – Auke van de Kerkhof

Marlies van Weelden in gesprek met een van de bewoners aan het Gelderlandplein. Beeld: Auke van de Kerkhof

Ontmoeting, muziek, spelen…welke wensen hebben bewoners rond het Gelderlandplein? Beeld: Auke van de Kerkhof

Een bewoner gooit de bal in het vakje van zijn wens. Beeld: Auke van de Kerkhof

Vaste patronen

“Er bleek grote behoefte te zijn aan laagdrempelige ontmoeting. Maar buurtbewoners voelden zich geen ‘eigenaar’ van het plein, wachtten tot anderen initiatief namen en mopperden tegelijkertijd dat er weinig gebeurde en dat ze nergens bij betrokken werden. Ze misten ook het centrale buurthuis dat een paar jaar ervoor door de gemeente gesloten werd”, vertelt Van de Kerkhof. In een eerste bijeenkomst, direct na het Sugarettesproject, bespraken Van de Kerkhof en Van Weelden de volgende stap met bewoners: het bouwen van een mini-ontmoetingsplek op het plein, in de vorm van een oude bouwkeet die opgeknapt moest worden. Van Weelden: “Ook dat veroorzaakte de nodige onrust. Sommigen waren heel erg vóór – ‘eindelijk gebeurt er iets op ons plein’- en sommigen heel erg tegen, ‘een oude bouwkeet? Het is hier geen kamp’.”

Voor weerstand schrikken Van Weelden en Van de Kerkhof niet terug. Van de Kerkhof: “In zo’n project week je bewoners even los uit hun eigen leefomgeving, waardoor ze elkaar op een andere manier tegenkomen. Dat levert soms frictie op. Bij het Gelderlandplein was het heel belangrijk om bewoners de mogelijkheden te laten zien en niet de onmogelijkheden. Nee, het oude buurthuis gaat nooit meer open en het Gelderlandplein wordt nooit meer zoals het in de jaren vijftig was. Maar als je die onvrede om kan buigen naar het gevoel van een gezamenlijk belang en iets wat wél kan, heb je veel winst behaald. En besef ook hoe moeilijk het is om uit patronen en vaste regels te stappen. Je hoeft alleen maar naar jezelf te kijken om te weten dat je niet makkelijk verandert. Daarvoor is geduld en vertrouwen nodig. Zo was er een man die liever niet mee wilde doen. Die liever van achter zijn raam de hele dag naar het Gelderlandplein keek. Op een dag kwam hij kijken. En de volgende dag stond hij met een boormachine in zijn hand.”

Als kunstenaar opereer je in het grijze gebied tussen een professionele relatie en vriendschap – Marlies van Weelden

Grijs gebied

Het opknappen van de bouwkeet duurde zo’n driekwart jaar. In die tijd klusten Van Weelden en Van de Kerkhof bijna wekelijks samen met bewoners aan de nieuwe ontmoetingsplek. Ze leverden uiteindelijk een gebruiksklare Keet op, geschikt voor kleine en grote evenementen, en openden de Keet officieel met een groot feest in de vorm van een openluchtbioscoop. Veel bewoners hielpen mee, mensen die elkaar nooit spraken leerden elkaar kennen en vormden banden die nog steeds bestaan.

“In zo’n traject is gelijkwaardigheid cruciaal. Je bouwt mee – dat vonden die stoere mannen van het Gelderlandplein erg lollig, een vrouw met een hamer – je maakt op een laagdrempelige en open manier contact en geeft dingen van jezelf bloot. Met de bewoners bespreek je ook je eigen valkuilen en die van het project, zonder je overigens helemaal in de dynamiek van die groep te laten zuigen. Je ontdekt nieuwe en soms verrassende kwaliteiten bij mensen, en je opereert ergens in het grijze gebied tussen een professionele relatie en een vriendschap. Dat kunnen wij ons als kunstenaars veroorloven; wij hoeven niet een week later met diezelfde bewoner een gesprek te voeren over een huurachterstand”, vertelt Van Weelden.

Bewoners klussen aan hun Keet op het Gelderlandplein. Beeld: Auke van de Kerkhof

Bewoners bij de opening van hun Keet op het Gelderlandplein. Beeld: Auke van de Kerkhof

Loslaten

Ook Woonbedrijf had als corporatie een belangrijke rol in het project aan het Gelderlandplein. “Woonbedrijf heeft ons de ruimte gegeven om een open traject aan te gaan, zonder blauwdruk. Dat is een risico, want het kan – en mág, wat ons betreft - ook mis gaan. Maar als je moet opereren binnen vooraf vastgestelde kaders en regels, met bijbehorende targets, is het project gedoemd te mislukken. Moedig dat Woonbedrijf dat los kon laten”, aldus Van de Kerkhof.


Eén ding is de twee kunstenaars het meest bijgebleven van dit project. Van de Kerkhof: “ De buurt heeft veel last van vandalisme en op oudejaarsavond is het helaas bijna traditie om dingen in de fik te steken. Het bouwkeetje was op dat moment net geplaatst, buurtbewoners hadden de plannen nog niet helemaal omarmd, dus dat voelde wel kwetsbaar. En ja hoor. De keet werd aangestoken. Maar wat nou het mooie was: het brandje werd onmiddellijk geblust door betrokken buurtbewoners. Achteraf is die brand een keerpunt geweest. Bewoners realiseerden zich ineens: die keet is van ons en daar blijf je af. Dat het zo kan lopen, verzin je niet op voorhand.”

De uitdaging die zowel Van Weelden en Van de Kerkhof zien bij dergelijke projecten, is continuïteit na afronding van het project. “We hopen en proberen steeds structureel iets in beweging te zetten. Er zijn projecten die stilvallen zodra de kunstenaar zich terugtrekt. Daarvoor ben je ook afhankelijk van andere professionele partners, die langduriger aan een buurt verbonden zijn, bijvoorbeeld welzijnswerk. Op de ene plek lukt dat beter dan op de andere, en ik vind dat we dat nu nog niet goed genoeg borgen. Het is soms echt lastig om weg te gaan en het project los te laten. Ook omdat het vaak meer is dan werk: je verbindt je aan de mensen in een buurt. Want gezien en gehoord worden, het gevoel hebben dat je ertoe doet en iets bij te dragen hebt, dat is wat mensen én buurten kan transformeren”, aldus Van Weelden.

Reacties

x Met het invullen van dit formulier geef je Renda en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Renda ©2021. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren