netwerk voor professionals in de sociale woningbouw

Samen verduurzamen; spotlight op het gezin
Mandy de Wilde, Anke van Hal

do 2 mei 2019
artikel

Het besluit om je huis energiezuiniger te maken neem je meestal samen met je gezinsleden. Ook bij renovaties dienen professionals rekening te houden met de behoeften van het hele gezin. Hoog tijd dus om de spotlight op het gezin te plaatsen.

Voor een gezin is ‘fijn wonen’ het belangrijkste. Het verminderen van het energieverbruik mag dit dus niet negatief beïnvloeden. Maar wat is fijn wonen? Voor vrouwen en mannen betekent dit iets anders en daarmee het energie besparen dus ook. Daarnaast spelen kinderen een rol van betekenis bij de besluitvorming over maatregelen op dit vlak.

De manier waarop gezinnen invulling geven aan ‘fijn wonen’ is van invloed op hun energieverbruik en op hun keuzes voor energiebesparende maatregelen. Dat blijkt uit een kwalitatief opgezet onderzoek van Wageningen Universiteit, Nyenrode Business Universiteit, Hoom en Buurkracht naar de woonbeleving en de besluitvorming binnen gezinnen rondom energiebesparing. In dit onderzoek zijn semigestructureerde interviews afgenomen met 40 heteroseksuele gezinnen in verschillende levensfases (met en zonder kinderen, werkend en gepensioneerd) die recentelijk een isolatie- en/of installatiemaatregel hebben laten plaatsen. In de interviews stonden woonbeleving, de huishoudelijke taken, het energieverbruik van het gezin en het besluitvormingsproces ten aanzien van de aangeschafte energiemaatregel centraal.

Wat is fijn wonen?

Uit het onderzoek blijkt dat vrouwen vooral belang hechten aan een lichte woning, de buurt en een gezond woonklimaat. Het waarderen van een lichte woning kan gerelateerd worden aan het feit dat vrouwen vaker verantwoordelijk zijn voor de woninginrichting, meer contact hebben met de buren en meer betrokken zijn bij de opvoeding van de kinderen. Vooral moeders met jonge kinderen en grootmoeders met kleinkinderen die regelmatig logeren, hechten aan het gezondheidsaspect bijzonder veel waarde en zijn veel bezig met ramen en deuren open en dicht doen, ventilatiesystemen laten draaien en zich zorgen maken over tocht, kou en vocht in huis. In de meerderheid van de keuzeprocessen die onderzocht werden, en waar sprake was van glas-, vloer-, dak- en/of muurisolatie, bleken vrouwen vooral het probleem van tocht, kou, vocht of schimmelplekken binnen de woning aan te kaarten. Overigens bleken ook jonge vaders dit erg belangrijk te vinden. Hieruit valt te concluderen dat een keuze voor isolatiemaatregelen goed te koppelen is aan de woonbeleving van vrouwen, omdat interesse in isolatiemaatregelen vaak voortkomt uit problemen met tocht, vocht en koud en in de woning.

Mannen hechten in het algemeen vooral belang aan een ruime woning en aan gemak, zo bleek uit het onderzoek. Het waarderen van gemak kan gerelateerd worden aan het feit dat alle mannelijke respondenten verantwoordelijk waren voor het grote woningonderhoud: zij klussen en doen de technische dingen (bijv. elektra, leidingwerk) in huis. Vanuit hun verantwoordelijkheid voor deze huishoudelijke taak vinden zij het fijn als dat op een makkelijke manier kan en weinig tijd en moeite kost. Dit kan zich uiten in het simpel gebruik en onderhoud van de woning, maar ook in het gemak bij het warm en koel houden van de woning. Een isolatiemaatregel aanbrengen helpt daarbij. Mannen vormen daardoor in meerderheid het aanspreekpunt voor aannemers en bedrijven. Echter, achter de voordeur vindt vaak een onderhandelingsproces binnen het gezin plaats.

"Achter de voordeur vindt vaak een onderhandelingsproces binnen het gezin plaats."

Het besluitvormingsproces

Er zijn grofweg twee typen besluitvormingsprocessen te onderscheiden op basis van het onderzoek:
Ten eerste, een individueel besluitvormingsproces met twee beslissingsmomenten.

  1. Oriënteren: deze fase bestaat uit bewustwording en geïnspireerd raken over energiebesparing en mogelijkheden om de woning te verbeteren;
  2. Informatie verzamelen; het verzamelen van informatie over de energiebesparende of energieopwekkende mogelijkheden van de maatregel;
  3. Informatie verwerken; een analyse van de mogelijkheden voor de woning en het gezin;
  4. Voorlopige beslissing: er wordt een voorlopige keuze voor de maatregel gemaakt, maar belangrijke aspecten ten aanzien van kosten en mogelijkheden van de plaatsing moeten nog worden ingevuld;
  5. Offertes verzamelen: het gezin weet welke maatregel ze wil aanschaffen en er worden (verschillende) offertes opgevraagd bij aanbieders;
  6. Offertes verwerken: een analyse van gedetailleerde financiële informatie van de maatregel en de verschillende offertes;
  7. Modelwoning kijken: er is toch nog twijfel en onzekerheid. Geprobeerd wordt de maatregel tastbaar te maken door samen bij de buren, een modelwoning of showroom te gaan kijken;
  8. Financiële grenzen bepalen: tijdens dit overzichtsmoment wordt er vooral gereflecteerd op de financiële aspecten van de maatregel;
  9. Uiteindelijke beslissing: de keuze voor een aanbieder wordt gemaakt en er wordt een contract aangegaan met de aanbieder;
  10. Uitvoeren: de planning en uitvoering van de maatregel kan beginnen;
  11. Nazorg: de maatregel is uitgevoerd en het gezin kan nu ervaren/controleren wat het effect van de maatregel is.

Ten tweede, een collectief besluitvormingsproces met één beslissingsmoment:

  1. Oriënteren: deze fase bestaat uit bewustwording en geïnspireerd raken over energiebesparing en mogelijkheden om de woning te verbeteren;
  2. Informatie & offertes verzamelen en verwerken: deze fase bestaat uit het verzamelen van de energiebesparende of energieopwekkende mogelijkheden van de maatregel en een analyse van de mogelijkheden voor de woning en het gezin. Dit gaat samen met gedetailleerde financiële informatie door middel van het opvragen van offertes;
  3. Financiële grenzen bepalen: tijdens dit overzichtsmoment in het proces wordt er vooral gereflecteerd op de financiële aspecten van de maatregel;
  4. Uiteindelijke beslissing: de keuze voor een aanbieder wordt gemaakt en er wordt een contract aangegaan met de aanbieder;
  5. Uitvoeren: de planning en uitvoering van de maatregel kan beginnen;
  6. Nazorg: de maatregel is uitgevoerd en het gezin kan nu ervaren/controleren wat het effect van de maatregel is;

In het collectieve besluitvormingsproces zit er geen voorlopige beslissing omdat het verzamelen en verwerken van informatie en offertes tegelijkertijd worden uitgevoerd.  

Er zijn verschillende rollen te onderscheiden voor beide partners in deze besluitvormingsprocessen. Vrouwen initiëren vaak de aanschaf voor een isolerende maatregel, maar het opvragen van informatie en offertes wordt daarentegen meestal door de man gedaan. Ook worden de offertes vaak niet gezamenlijk in detail besproken maar vindt er wel discussie plaats over de financiële keuzes. Uit de onderzoeksresultaten valt ook op te maken dat mannen in meerderheid de financiële grens bepalen van de maatregel. Waaraan dat ligt? Soms ligt de oorzaak bij het feit dat zij de verantwoordelijkheid voor de financiële administratie in het huishouden op zich hebben genomen, en soms, maar geregeld ook allebei, hebben ze meer technische kennis betreffende de maatregelen dan de vrouw in het gezin. Wat opviel; als er twijfel is bij (vaak) de vrouw, blijken mannen geregeld een zogenaamde expertstrategie in te zetten. Dat is een gedragswetenschappelijke term voor een op expertise gerichte houding waarin de man duidelijk laat zien dat hij ondertussen behoorlijk veel kennis heeft over de te kiezen technische maatregelen en daar dus ook een onderbouwde mening over heeft. Vrouwen zetten bij twijfel of discussie vaak een delegeringsstrategie in: ze stellen dan voor om een externe expert te laten langskomen, een vrijblijvende offerte op te vragen, of advies in te roepen.

Die externe expert kan overigens ook een buur zijn die net haar/zijn woning heeft laten verduurzamen. Zowel mannen als vrouwen hechten veel waarde aan de ervaring en mening van hun buren. De mening van buren heeft vooral veel impact omdat ze vaak in gelijksoortige huizen wonen. Hierdoor deelt men vaak dezelfde woonproblemen. Dit wordt ook wel de ‘dubbele waarde’ van buren genoemd.

Uit het onderzoek komt dus een grote invloed van mannen in de eerste fases van het besluitvormingsproces voor technische maatregelen zoals zonnepanelen naar voren. Echter, vrouwen houden zich opvallend vaak bezig met de nazorg van dergelijke maatregelen. Het gaat dan vaak om de (details van de) afwerking van de maatregel (geen dakpannen kapot, bedrading netjes, panelen precies bevestigd et cetera) en de service die geleverd wordt.

Een gezond leefklimaat speelt vooral bij gezinnen met jonge kinderen een rol.

Rol kinderen

Uit het onderzoek blijkt dat kinderen maar zelden een directe rol spelen bij de aanschaf van energiemaatregelen. Maar indirect spelen ze zeker een rol van betekenis. Bij jonge kinderen spelen zorgen rondom warmte of een gezond leefklimaat vaak een rol aangezien jonge kinderen op de vloer kruipen en spelen. Deze zorgen leiden dan tot de keuze voor isolatie.

Bij oudere thuiswonende kinderen kunnen zorgen om warmte ook een rol spelen, niet alleen omdat men wil dat kinderen het boven warm hebben, maar ook omdat hun energieverbruik door het verwarmen van de slaapkamers en het douchen de energierekening zodanig opvoeren dat er iets aan gedaan moet worden. Vooral puberende kinderen worden vaak aangeduid als “grootverbruikers” van stroom en gas. Ze douchen lang en laten verwarmingen open staan, lampen branden en apparaten aanstaan. Dat stimuleert de oriëntatie op een energiemaatregel die ofwel het gasverbruik kan terugdringen of zelf energieopwekking kan realiseren.

"Als er twijfel is bij de vrouw, zet de man vaak een zogenaamde expertstrategie in."

Conclusie

In het algemeen kan op basis van dit onderzoek geconcludeerd worden dat het bij gezinnen effectiever lijkt om een link te leggen tussen energiebesparende maatregelen en woonbeleving, in plaats van alleen te focussen op energiebesparing. Bij mannen ligt dat verband dan eerder bij de factor gemak en bij vrouwen meer bij gezondheid en dat wat de buren doen of vinden. Kinderen spelen alleen indirect een rol bij de besluitvorming. Pubers verbruiken veel energie en bij jonge kinderen willen de ouders hen vocht, kou en tocht besparen. Partijen die gezinnen begeleiden bij het nemen van beslissingen op het gebied van energiebesparing kunnen hier rekening mee houden. Het is ook goed te weten dat vrouwen zich in het begin vaak afzijdig houden maar in een later stadium een grotere rol kunnen spelen, zeker wanneer bijvoorbeeld de afwerking niet naar wens is. Rekening houden met deze en andere bevindingen uit het onderzoek kan leiden tot zowel meer getroffen energiemaatregelen als tot meer woonplezier. Een echte win-win.

In april 2017 zijn Buurkracht, Coöperatie Hoom, Nyenrode Business Universiteit en Wageningen Universiteit gestart met het project ‘Beïnvloeding Gezinspraak’. Het project liep tot eind maart 2019 en wordt gefinancierd uit het programma. ‘Maatschappelijk Verantwoord Innoveren Energie’ van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het onderzoeksrapport ‘Wie beïnvloedt wie? Een inkijk in de besluitvorming over energiemaatregelen binnen het gezin’ is beschikbaar via http://docs.wixstatic.com/ugd/d34c68_2739e01ab984467c8984faf563b2a336.pdf

Reacties

xMet het invullen van dit formulier geef je Renda en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren