netwerk voor professionals in de sociale woningbouw

Het stokje overdragen aan een nieuwe generatie
Robert Dingemans, Dionne Verstegen

do 22 november 2018
artikel

Het was een bijzonder jaar voor Talen Vastgoedonderhoud. Het bedrijf verhuisde naar een nieuw pand en vierde haar 90-jarig bestaan. Voor Martin Talen was het zijn laatste jaar als algemeen directeur. Eind januari 2019 neemt hij afscheid. Hoe kijkt hij terug op zijn werkzame leven en de ontwikkelingen in de sector? En hoe kijkt hij richting 2050?

De grootvader van Martin, Thijmen Talen, richt in 1928 het schildersbedrijf Talen op, waarna zijn twee zoons het overnemen. Als klein jongetje gaat Martin al met zijn vader mee om alle vaklieden op te halen en thuis te brengen. Later helpt hij na schooltijd en in de vakanties mee en in 1971 gaat hij als schilder binnen het bedrijf aan de slag. Hij wordt aanvankelijk technisch en ambachtelijk opgeleid en neemt in 1987 het stokje over van zijn vader en oom. Nu, 32 jaar later, is het de beurt aan een nieuwe generatie.

Martin Talen gaat in 1971 als schilder aan de slag.

Hoe laat je het bedrijf achter?
“Vol vertrouwen. Ik heb zo’n 9 jaar geleden al aan mijn zoon Emiel gevraagd of hij het zag zitten om het stokje over te nemen. Vervolgens zijn we een traject gestart, waarbij hij onder andere een MBA-opleiding volgt en praktijkervaring opdoet. In januari rond Emiel zijn opleiding af en kan hij zich volledig gaan richten op zijn werk, samen met mede-algemeen directeur Mark van der Graaf.”

Hoe heb je de bouw- en renovatiesector in al die jaren zien veranderen?
“Eigenlijk te weinig. Er worden, net zoals honderd jaar geleden, nog steeds muurtjes gemetseld. Als je kijkt naar andere industrieën zoals de automotive of luchtvaart, zie je dat daar veel meer is veranderd en dat zij zo’n 10% rendement behalen en slechts 2% faalkosten hebben. In de bouw is het eerder andersom. Hoewel er al bewegingen die kant op zijn, valt er nog veel te verbeteren in processen en standaardisering. Ik kan me herinneren dat mijn vader zich vroeger al afvroeg waarom geen enkel kozijn dezelfde maat heeft. Veertig jaar later is dat nog steeds het geval. Om die standaardisering te bereiken, is samenwerking tussen alle partijen noodzakelijk. Iets dat we in de bouw maar mondjesmaat voor elkaar krijgen.”

"Partijen moeten echt eerlijk en transparant durven zijn om samenwerking tot een succes te maken."

Hoe komt het dat samenwerking in de bouw moeilijk van de grond komt?
“Dat is lastig te zeggen, al vermoed ik dat de sterke focus op prijs een negatieve invloed heeft. In de crisis hebben we echter wel gezien dat veel bedrijven met ketensamenwerking aan de slag gingen. Hierdoor heeft het echt een boost gekregen. Nu de markt aantrekt, zie je helaas weer bedrijven afhaken.”

Wat is nodig voor een goede samenwerking?
“Allereerst een cultuuromslag bij alle betrokkenen. Partijen moeten eerlijk en transparant zijn en open staan voor feedback. Dat vraagt om vertrouwen en een stuk persoonlijke ontwikkeling, zowel bij medewerkers als bij de organisatie als geheel. Daarnaast moeten er gemeenschappelijke doelen worden nagestreefd, waarbij ook ruimte blijft voor de eigen belangen.”

Wat is daarin de rol van de opdrachtgever?
“Ik denk dat het zou helpen als opdrachtgevers helderheid verschaffen over de uitgangspunten waarop ze besluiten. Deze uitgangspunten kunnen afgestemd worden op zaken als betaalbaarheid en waardeontwikkeling. Als je bijvoorbeeld bij een project weet welke bewoners er wonen, wat ze nodig hebben en wat ze kunnen betalen, dan weet je ook hoe duur de woning mag zijn en wat de investeringsruimte is. Als deze zaken van tevoren helder zijn, kunnen opdrachtnemers hun plannen hierop aanpassen en de faalkosten flink omlaag brengen. Ook hier is samenwerking essentieel. Daarom zijn we vanuit Talen nauw betrokken bij de Leercirkel RGS, waarin een netwerk van partijen in de vastgoedsector met elkaar samenwerken om het totale proces beter op elkaar af te stemmen. Alleen samen kunnen we de opgave die voor ons ligt aanpakken.”

Martin Talen samen met Mark van der Graaf (l) en Emiel Talen. Beeld: Renée Krijgsman.

Gaat de hele woningvoorraad energieneutraal zijn in 2050?
“Niet de huidige voorraad. Soms is een woning niet geschikt om energieneutraal te maken. In dat geval vragen de aanpassingen die nodig zijn om de woning geschikt te maken voor de marktvraag een naar verhouding te grote investering. Vergelijk het maar weer met de auto-industrie. Je blijft ook niet eeuwig aan een tweedehandsauto sleutelen. Op een gegeven moment kan het beter zijn om te vernieuwen. Dat betekent niet dat het erg is om willekeurig woningen naar NOM te renoveren, maar dan moet je wel toegeven dat je aan het experimenteren bent. En uiteindelijk is het goed om breder af te wegen dan alleen de huidige gebouwde omgeving.”

Wat is je advies aan corporaties?
“Blijf stapsgewijs energetisch verbeteren en als je dan toch investeert: zorg dan dat je echt waarde toevoegt. Maar kijk ook met een realistische blik naar je bezit. Misschien moeten we wel veel minder doen, want elke inspanning vraagt weer CO? door productie, autobeweging en ga zo maar door. Bovendien zijn er op dit moment te weinig vakmensen om al dat werk uit te voeren.”

Hoe groot is dat probleem?
“Ik maak me daar wel zorgen over. Er zou meer aandacht mogen zijn voor opleiding en begeleiding van vaklieden. Tegenwoordig zorgt elke ouder dat zijn kind op zijn minst een hbo-opleiding volgt. Dat betekent dat de huidige lager opgeleiden een achterstand hebben. Daarom hebben wij de Talen Academie opgericht, die onze mensen de ‘Talen cultuur’ en een aantal basisvaardigheden bijbrengt. Binnen deze academie kijken we ook hoe we om kunnen gaan met de schaarste door zij-instromers de kneepjes van het vak bij te brengen. Daarnaast zijn er veel mogelijkheden op het gebied van social return. Mijn droom is om een wijk te adopteren waar je aan het renoveren bent en de mensen die hier wonen met een afstand tot de arbeidsmarkt laat meewerken, om zo ervaring op te doen.”

"Soms is een bestaande woning niet geschikt om energieneutraal gemaakt te worden."

De bewoner is essentieel in de verduurzaming. Hoe heb je de rol van die bewoner zien veranderen door de jaren heen?
“Ontzettend! Van huurder die blij mocht zijn dat hij een woning had tot iemand die vanaf het begin in het proces wordt meegenomen. Als schildersbedrijf dat pas later totaal vastgoedonderhoud ging doen, hebben we daarin wel een voorsprong omdat we al sinds 1928 bij die bewoner over de vloer komen. Bewonerstevredenheid heeft bij ons altijd een belangrijke rol gespeeld. Sinds een aantal jaar hebben we ook ons eigen team van bewonersbegeleiders.”

Kun je iets vertellen over de ontwikkeling van schildersbedrijf naar vastgoedonderhoudsbedrijf?
“Mijn vader en oom keken al op een meer integrale manier naar de werkzaamheden. Als schilder had je van oudsher geen invloed op de ondergrond, maar een goede ondergrond was wel van toegevoegde waarde op de duurzaamheid van het schilderwerk. In de jaren ‘70 werd isolatie heel belangrijk, mede door de oliecrisis. Toen heeft mijn vader een isolatietak opgestart en zelf bouwkundigen aangenomen. Daar is de kiem gelegd voor onze ontwikkeling naar vastgoedonderhoudsbedrijf.”

Hoe belangrijk vind je het om je als organisatie te blijven ontwikkelingen?
“Onze mensen zijn daarbij een belangrijke graadmeter. Met behulp van tevredenheidsonderzoeken inventariseren we hoe onze mensen denken over onze organisatie. Een van de dingen die hieruit naar voren komt is dat het belangrijk is om mensen hun eigen verantwoordelijkheid te geven. Hierdoor voelen mensen zich echt onderdeel van het bedrijf. Ook moedig ik ze aan om de discussie aan te gaan als ze denken dat het anders kan. Uiteindelijk heeft dit ons nu al enkele jaren de award voor beste werkgever opgeleverd, maar ik heb niet het gevoel dat ik daar iets bijzonders voor doe.”

Wat ga je doen als je met pensioen bent?
“Ik hoef mijn sleutels niet meteen in te leveren, dus ik loop zeker af en toe nog eens binnen. Toen ik me ging verdiepen in overnames van familiebedrijven las ik dat senioren vaak te lang voor de voeten van de jonge generatie blijven lopen. Dat wil ik absoluut niet. Ik denk dat mijn pensioen in eerste instantie aan zal voelen als een soort sabbatical, waarbij ik eindelijk tijd heb om te krant te lezen en meer te gaan sporten. Verder zit ik in de Raad van Toezicht bij OnderhoudNL en blijf ik ‘gevraagd adviseur' bij Talen Vastgoedonderhoud, dus op die manier blijf ik toch betrokken bij de sector.”

Martin Talen


Martin Talen begon als 15-jarige jongen als schilder bij Talen Vastgoedonderhoud. Inmiddels is hij al 32 jaar algemeen directeur binnen het bedrijf. Begin volgend jaar gaat hij met pensioen en wordt hij opgevolgd door zijn zoon Emiel.

Reacties

Djon Vendel - Alwel Etten-Leur 28 november 2018 16:10

Beste heer Talen Gefeliciteerd met het behalen van uw pensioen gerechtigde leeftijd. Het verhaal over de problemen in de bouw klopt helemaal. Ik ken de firma Talen via Renda. Ondanks dat ik nog geen ervaring met uw bedrijf heb, staat het wel bekend als een goed en degelijk onderhouds bedrijf waarbij klant communicatie goed geregeld is. Succes met de verdere invulling van uw tijd! Mvrgr. D.Vendel Alwel Etten-leur

xMet het invullen van dit formulier geef je Renda en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2018 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren