netwerk voor professionals in de sociale woningbouw

Het Klimaatakkoord: een wijkgerichte aanpak
Een gedragsanalyse
Jeske Nederstigt

di 28 januari 2020
artikel

Het Klimaatakkoord bevat maatregelen om de nationale CO2-uitstoot tot 2030 met 49% te verminderen op een manier die voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. Een succesvolle implementatie van het daarop gebaseerde klimaatplan is mede afhankelijk van draagvlak voor het beleid en de bereidheid van burgers om de voorgestelde duurzame keuzes te maken. Maar hoe creëer je draagvlak en gedragsverandering? Een analyse van gedragsaspecten bij een wijkgerichte implementatie van klimaatplannen.

Een aantal maatregelen in het klimaatplan, zoals de verduurzaming van woningen leent zich voor een wijkgericht aanpak. Denk aan: koken op inductie in plaats van op gas, duurzaam verwarmen van huizen (met warmtepompen, elektriciteit of duurzaam gas) en isolatie. Hoewel de overheid in dat kader het belang van inspraak en zeggenschap erkent en stelt dat woningeigenaren ontzorgd en ondersteund moeten worden, focust het klimaatplan vooral op technische en infrastructurele maatregelen. De vraag is of dat genoeg is om bewoners van de wijk aan te zetten tot de beoogde duurzame keuzes.

Duurzame keuzes

Wie duurzame keuzes wil stimuleren moet zich realiseren dat duurzaam gedrag geen ‘gewoon’ consumentengedrag is en vraagt om specifieke beïnvloedingstechnieken. Een consument kiest – vaak onbewust – op basis van een kostenbatenafweging het alternatief dat voor hem de meeste meerwaarde heeft. Aan de kostenkant wegen niet alleen financiële kosten maar ook tijd en moeite mee. En aan de batenkant niet alleen de functionaliteit van een keuzeoptie maar ook gemak en beleving. De waardering van kosten en baten is veelal een kwestie van persoonlijke voorkeur. Dat verklaart waarom de ene consument de moeite neemt om naar verschillende supermarkten te gaan om van zo veel mogelijk aanbiedingen te kunnen profiteren, terwijl de ander betaalt voor het gemak van thuisbezorging. Toch gelden er ook vuistregels: over het algemeen wegen consequenties zwaarder naarmate ze zekerder, persoonlijker en op kortere termijn merkbaar zijn. (Liever nú voor mezelf die nieuwe schoenen meenemen dan mijn geld in de kas van de personeelsvereniging stoppen waardoor we misschien, over een jaar, met alle collega’s een leuk uitstapje kunnen maken.)

"Milieuvoordelen zijn vaak onzeker, pas op lange termijn merkbaar en gemeenschappelijk."

Voor duurzame keuzes geldt vaak dat de nadelen (tijd, geld en moeite) zeker op korte termijn merkbaar en persoonlijk zijn, terwijl milieuvoordelen vaak onzeker, pas op lange termijn merkbaar en gemeenschappelijk zijn. Als ik zonnepanelen plaats is het zeker dat ik daar nu voor moet betalen. Of op lange termijn ook daadwerkelijk klimaatverandering wordt voorkomen is nog onzeker; en als het gebeurt profiteert de buurman die niet voor zonnepanelen koos, daar ook van. Dit maakt duidelijk dat de kans op duurzame keuzes vergroot kan worden door individuele, zekere voordelen op korte termijn te benadrukken en individuele, zekere kosten op korte termijn te beperken. Dat gebeurt ook al. Aan de batenkant wordt bijvoorbeeld benadrukt dat woningisolatie leidt tot verhoogd wooncomfort. Aan de kostenkant worden subsidies geboden of hulp bij het kiezen, plannen en uitvoeren van aanpassingen aan de woning (‘ontzorgen’, zoals in het klimaatplan staat). 
Dit zijn tamelijk voor de hand liggende suggesties die niet specifiek gelden voor een wijkgerichte aanpak. De meerwaarde van een wijkgerichte aanpak heeft te maken met een ander kenmerk van duurzame keuzes en met de eerdergenoemde ‘buurman die niet betaalt voor zonnepanelen maar wel profiteert van eventuele klimaatvoordelen’.

Tragedy of the commons

De 'tragedy of the commons' gaat over het gemeenschappelijk gebruik van bronnen die vrij beschikbaar zijn, zoals water, schone lucht, een leefbaar klimaat. De tragedie zit hem in het feit dat, wanneer iedereen ongelimiteerd profiteert van deze bronnen, ze uitgeput raken. Er bestaat een spanning tussen individueel belang en gemeenschappelijk belang. En dat geldt ook voor veel duurzame keuzes. Het gedrag van de buurman die niets doet om klimaatverandering tegen te gaan, is te zien als ‘free riden’: profiteren van een beter klimaat zonder daar zelf tijd, geld of moeite te investeren. Maar als iedereen zo denkt kunnen we klimaatverbetering wel vergeten. Het is dus zaak om ‘free riden’ te voorkomen door betrokkenen te wijzen op hun verantwoordelijkheid en eventueel gezamenlijk afspraken te maken en deze te handhaven.

Stel je een dorp voor met een aantal boeren die allemaal koeien houden op een groot gemeenschappelijk weiland. Een slimme boer zal proberen, om zijn eigen winst te vergoten, door een extra koe te laten grazen. Dat gaat goed totdat te veel boeren zo gaan denken en het weiland overbegraasd raakt. Alle koeien raken ondervoed en de winst van alle boeren loopt terug.

Zonnepanelen in de Radijsstraat. Foto: Wijkvereniging Tuinwijk.

Vertrouwen

De kans dat we klimaatverandering beperken is groter naarmate meer mensen duurzame keuzes maken. Voor het positieve effect van onze eigen keuze zijn we dus afhankelijk van wat anderen doen. Hoe groter het vertrouwen in het gedrag van medeburgers, des te groter de neiging om zelf ook wat te doen. De rijksoverheid speelt hierop in met de campagne ‘Iedereen doet WAT’.  Door te benadrukken dat iedereen zijn steentje bijdraagt wordt het vertrouwen in de medeburger vergroot en worden burgers tegelijkertijd aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid herinnerd. Je zou kunnen zeggen dat in de kostenbatenafweging ‘milieueffect’ wordt toegevoegd.

Maar wie wil kan deze landelijke campagne gemakkelijk negeren. De personen die ‘WAT doen’ zijn onbekenden en wie maatschappelijke verantwoordelijkheid niet hoog in het vaandel heeft staan kan nog altijd gemakkelijk anoniem ‘free riden’; niemand die je op de vingers tikt. De grootschaligheid van het klimaatprobleem (wereldwijd) versterkt de neiging om er zelf niets aan te doen. Enerzijds is het gemakkelijk om verantwoordelijkheid af te schuiven: er zijn immers genoeg anderen om het op te lossen. Anderzijds wordt het ‘druppel op een gloeiende plaat-gevoel’ versterkt: wat is het nut van mijn bijdrage als zoveel anderen niets doen?

In de wijk

De kans dat we klimaatverandering beperken is groter naarmate meer mensen duurzame keuzes maken. Voor het positieve effect van onze eigen keuze zijn we dus afhankelijk van wat anderen doen. Hoe groter het vertrouwen in het gedrag van medeburgers, des te groter de neiging om zelf ook wat te doen. De rijksoverheid speelt hierop in met de campagne ‘Iedereen doet WAT’.  Door te benadrukken dat iedereen zijn steentje bijdraagt wordt het vertrouwen in de medeburger vergroot en worden burgers tegelijkertijd aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid herinnerd. Je zou kunnen zeggen dat in de kostenbatenafweging ‘milieueffect’ wordt toegevoegd.

Maar wie wil kan deze landelijke campagne gemakkelijk negeren. De personen die ‘WAT doen’ zijn onbekenden en wie maatschappelijke verantwoordelijkheid niet hoog in het vaandel heeft staan kan nog altijd gemakkelijk anoniem ‘free riden’; niemand die je op de vingers tikt. De grootschaligheid van het klimaatprobleem (wereldwijd) versterkt de neiging om er zelf niets aan te doen. Enerzijds is het gemakkelijk om verantwoordelijkheid af te schuiven: er zijn immers genoeg anderen om het op te lossen. Anderzijds wordt het ‘druppel op een gloeiende plaat-gevoel’ versterkt: wat is het nut van mijn bijdrage als zoveel anderen niets doen?

"De kracht van de wijkaanpak is gelegen in de kleinschaligheid."

Rechtvaardigheidsgevoel

Een kleinschalige wijkaanpak maakt het mogelijk om het negatieve effect van een sterk, en vaak onderschat ‘basisinstinct’ te beperken. Mensen maken soms irrationele keuzes omdat ze zich laten sturen door een rechtvaardigheidsgevoel. Veel mensen willen best wat doen voor een beter klimaat maar niet ‘meer dan anderen’. Free riders veroorzaken een gevoel van onrechtvaardigheid met het risico dat voorheen welwillende burgers liever klimaatverandering accepteren dan dat ze méér doen dan anderen om het te voorkomen. Omdat, bij een wijkgerichte aanpak, mensen elkaar (enigszins) kennen, zicht hebben op wat anderen doen en inspraak hebben in gemaakte afspraken is de kans op free riders kleiner dan bij bijvoorbeeld een landelijke aanpak. En als er toch free riders zijn? Dan is het – om het onrechtvaardigheidsgevoel bij anderen weg te nemen –  belangrijk om de gezamenlijk gemaakte afspraken te handhaven; en dat is makkelijker dan bij opgelegde regels, waar sowieso meer weerstand tegen is.

In een experiment kreeg proefpersoon A 100 euro die hij mocht verdelen tussen zichzelf en proefpersoon B. Persoon A mocht bepalen hoe hij het geld verdeelde, maar persoon B mocht het aanbod accepteren of weigeren. Weigerde B, dan kregen beide personen niets. Als hij accepteerde werd het geld verdeeld zoals A had voorgesteld. Wat bleek? Wanneer A het geld te oneerlijk verdeelde (bijvoorbeeld 90 euro voor zichzelf en 10 euro voor persoon B), dan weigerde B het aanbod: hij kreeg liever helemaal niets, dan ‘minder dan de ander’.

Informeren en faciliteren

Het voorgaande gaat voornamelijk over het motiveren van wijkbewoners om duurzame keuzes te maken. Maar dat is niet genoeg. Naast Motivatie (willen) zijn ook Capaciteit (kennis en vaardigheden) en Gelegenheid (omstandigheden, faciliteiten) voorwaarden voor duurzaam gedrag (zie het Triade-model van Poiesz uit 1999).
Er is nog veel onwetendheid onder burgers over wat klimaatvriendelijk is en wat niet. (Vegetarisch eten is beter dan vlees, maar hoe zit het dan met soja-teelt?) Inspraak is mooi maar alleen zinvol als wijkbewoners weten waar ze het over hebben. Een burger die – door gebrek aan de juiste kennis – achteraf ontdekt dat een gemaakte keuze helemaal niet zo duurzaam was, raakt gefrustreerd en uiteindelijk gedemotiveerd. Om dat te voorkomen is transparante voorlichting over de effecten, kosten en mogelijkheden van maatregelen cruciaal. Inzicht in het milieueffect van een specifieke keuze kan twijfels over de zinvolheid wegnemen. Een voorbeeld ter verduidelijking: Rokers weten dat roken slecht is, maar veronderstellen vaak dat ‘die ene volgende sigaret het verschil niet zal maken’; totdat iemand hen vertelt dat ‘elke sigaret je 28 minuten van je leven kost’.

Ook het ontbreken van faciliteiten om gewenste duurzame maatregelen te treffen heeft een frustrerend en demotiverend effect. Denk aan lange wachttijden voor verbouwingen of het niet beschikbaar zijn van benodigde infrastructuur. Hier heeft de gemeente een cruciale – ontzorgende – rol bij een wijkgerichte aanpak.
Wanneer aan de drie de noodzakelijke voorwaarden voor gedrag (Motivatie, Capaciteit en Gelegenheid) is voldaan wordt duurzaam gedrag vanzelfsprekender. De negatieve spiraal (‘ik doe niets want als anderen niet doen heeft het toch geen zin’) wordt omgezet in een positieve (‘als iedereen wat doet, dan doe ik mee’).

Zelf isoleren. Foto: Ellen Profielen.

Maatwerk

Tot slot is goed om stil te staan bij de verschillen tussen wijken. Elke wijk is uniek en dat maakt een wijkgerichte implementatie van het klimaatplan tot maatwerk. Voorlichting en het aanbod van maatregelen moeten worden afgestemd op het kennisniveau van de wijkbewoners en de aard van de woningen. De keuze van influencers en andere motiverende maatregelen is onder meer afhankelijk van de houding in de wijk ten aanzien van klimaatproblematiek. Een gedegen analyse vooraf vergroot de kans op een succesvolle wijkaanpak. Gesprekken met bewoners en bezoeken aan woningen helpen om een beeld te vormen van de wijk en zijn tegelijkertijd goed voor het draagvlak in de wijk.

Reacties

xMet het invullen van dit formulier geef je Renda en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2020 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren