Log in
inloggen bij Renda
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Artikelen

De uitdagingen van circulair innoveren

Wikke Peters - 30 november 2023

Innovatie. We zijn het er allemaal over eens, dat dát nodig is om circulariteit te versnellen. Creatieve, out-of-the-box oplossingen en het loslaten van traditionele methodes zijn de sleutel tot verandering. Maar, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Waar het begint met een goed product, bevlogenheid en de wil tot verandering, loop je als innovator ook vaak aan tegen de nodige drempels. Aan het woord over innovatie in de praktijk zijn Victor de Beus (Tala), Marcel Willemsen (Innodeen), Roy Hofsté (Finti) en Maarten Rood (GSF Glasgroep). Een gesprek over schaal, normen, keurmerken, Paleis 't Loo en een bierviltje.

Victor de Beus werkt met Tala aan modulaire, biobased en grondgebonden woningen van Cross Laminated Timber: kruislings verlijmd hout dat de werking uit het hout haalt. De woningen van Tala zijn per definitie geschikt om te verplaatsen, en voldoen aan het Bouwbesluit voor permanente woningen. Eén huis slaat netto tientallen tonnen CO2 op en is voor 99% herbruikbaar in de toekomst. De Beus: “De norm is vaak toch nog steeds beton, glaswol, steenwol en baksteen. Nederland is een rivierenland, traditioneel gezien bouwen we niet vaak met hout. Terwijl er alle mogelijkheden zijn om over te schakelen naar biobased: hout, bamboe, vlas, hennep. Dat kun je in duurzaam beheer blijven oogsten.” De Beus denkt dat er zeker een versnelling mogelijk is, als er meer wettelijke kaders gesteld worden aan circulariteit en CO2 uitstoot. “De klassieke rekenmethodes zoals de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) zijn volgens het Bouwbesluit niet altijd toereikend als het gaat om het berekenen van de prestaties van circulaire bouwmaterialen. Het zou ook mooi zijn als we bijvoorbeeld bij uitvragen een percentage biobased meenemen.”

Traditioneel versus circulair materiaal is appels met peren vergelijken.

Tala begon met 3 mensen en is in korte tijd uitgegroeid tot een bedrijf van 30 mensen. “Die eerste opdracht binnenhalen, dat was echt moeilijk. Veel mensen gaan ‘aan’ op ons product, maar willen dan weten waar het te zien is. En op dat moment hadden we alleen een prototype. Uiteindelijk durfde SallandWonen het aan: voor hen plaatsten we 9 woningen. Daarna werd het makkelijker.” Toch, vindt De Beus, blijft opschalen een proces met veel haken en ogen. “Bouwprocessen zijn vaak onzeker: ze hebben een lange aanloop, en door allerlei factoren zoals vergunningen kan de planning steeds weer veranderen. Dat is lastig anticiperen, als je nog geen tientallen opdrachten hebt waarmee je kunt schuiven.” De Beus merkt wel dat het maatschappelijk momentum steeds meer aan de zijde van innovatie is. “Ik denk dat we vóór de troepen uitlopen. Maar als we achterom kijken, zien we in elk geval wel mensen meekomen.”

Biobased woningen project Olstergaard in Olst. Beeld: Tala.

Interieur woning Tala.

Appels met peren

Dat merkt ook Marcel Willemsen van Innodeen. Innodeen maakt 100% circulaire gevelbekleding met een levensduur van 80 jaar, die daarna hergebruikt kan worden. De bekleding wordt gemaakt van 70% biobased materiaal: een mix van houtvezel uit restafval, en gerecycled kunststof. Innodeen streeft naar 100% biobased, en is daarover onder andere in gesprek met een boer die vlas teelt. “We zien dat circulariteit nu veel meer leeft dan een aantal jaar geleden. Maar we merken óók, dat de prijs daarin vaak nog leidend is. In mijn ogen is het vergelijken van traditioneel materiaal met circulair materiaal een vergelijking van appels met peren. Traditionele materialen lijken goedkoper, als je naar de korte termijn kijkt. Reken je levensduur en onderhoudskosten mee, dan is in het geval van ons product circulair niet duurder. Een wand van vurenhout moet je veel sneller weer behandelen.” Daarom, vindt Willemsen, is het juist belangrijk om het verhaal áchter het product te vertellen om tot een weloverwogen keuze te komen.

“Daarnaast is schaal een uitdaging, en het bestaande normen- en keuringssysteem ook. Het kost veel tijd en geld om daaraan te voldoen. Maak dat makkelijker, steun mensen daarin, zodat ze niet ontmoedigd raken.” Soms, vindt Willemsen, wordt er te makkelijk gedacht over circulariteit. “Het is niet een kwestie van een boompje planten, daar iets van maken, en dan weer een nieuw boompje planten. Circulariteit gaat over upcyclen, waarde creëren en waarde behouden. Juist ook voor die langere termijn. Maar dat maakt het ingewikkeld: het is voor mensen moeilijk om 80 jaar vooruit te denken.”

Een woning met circulaire gevelbekleding. Innodeen.

De gevelbekleding is gemaakt van 70% biobased materiaal: een mix van houtvezel uit restafval, en gerecycled kunststof.

Veilige optie

Ook Roy Hofsté van Finti vindt het belangrijk dat het goede verhaal verteld wordt. Finti werkt met thermisch gemodificeerd hout uit duurzaam geplante naaldbossen, als alternatief voor tropisch hardhout. Het gemodificeerde hout gaat door de verhitting van duurzaamheidsklasse 4 naar klasse 1 of 2, waardoor het buiten gebruikt kan worden, en pas na 12 tot 15 jaar onderhoud nodig heeft. Het afval wat ontstaat bij de verwerking, wordt door Finti teruggenomen en opnieuw gebruikt. “Toch merken we dat er nog vaak voor de ‘veilige’ optie van hardhout gekozen wordt. Want onbekend maakt onbemind. Het is een uitdaging om het verhaal goed over de bühne te brengen, en daarmee vertrouwen te krijgen en kansen te creëren.”

Daaraan gekoppeld zijn ook de prijzen: “Als we weinig kansen krijgen, kunnen we ook niet opschalen, en als je niet kunt opschalen, kun je prijstechnisch ook moeilijker concurreren met minder duurzame alternatieven. We zien toch dat betaalbaarheid vaak de leidende factor is om tot een keuze te komen.”  Hofsté heeft daarnaast ook ‘last’ van de traditionele keurmerken: “Ons product wordt niet als hout gezien, dus we komen niet in aanmerking voor de CO2 calculatie die op hout van toepassing is. Bizar, toch?” Hofsté denkt dat veel innovators geholpen zouden zijn met meer steun en begeleiding. “Het zou helpend zijn voor de kleinere start-ups als zij met hun idee bij één loket terecht zouden kunnen. Is het een goed idee? Dan helpt dat loket je verder. Nu is het soms echt complex en ingewikkeld. De meeste subsidies die er nu zijn, zijn gebaseerd op een ‘going business’.”

Betaalbaarheid is vaak de leidende factor is om tot een keuze te komen.

Een hele eer vond Hofsté de vraag vanuit Paleis ’t Loo: of ze iets konden met de 150 jaar oude bomen op het terrein. “Het zou natuurlijk zonde zijn als die als houtkrullen terecht komen in een konijnenhok. Sowieso kijken we al vanaf het hakken van een boom in het bos, hoe we al het materiaal wat daaraf komt, kunnen gebruiken.” En daarbij, vindt Hofsté, is samenwerking essentieel. “Alleen kunnen we dit niet. Het is belangrijk dat heel het netwerk van corporaties, aannemers en leveranciers standvastig is in streven naar circulariteit.”

Een woning met thermisch gemodificeerd hout uit duurzaam geplante naaldbossen. Beeld Finti.

Finti houten kozijnen.

Bierviltje

Voor Maarten Rood van GSF Glasgroep begon zijn circulaire glasfabriek allemaal met een bierviltje in coronatijd. “Ik merkte vanuit corporaties en aannemers dat er steeds meer nadruk werd gelegd op circulariteit. Zeker rondom glas, want glas is één van de bouwmaterialen met de meeste CO2 uitstoot. Maar tot een jaar of drie geleden was ik daar niet echt mee bezig. In de coronaperiode had ik tijd en besloot ik me erin te verdiepen. Samen met wat collega’s krabbelden we onze ideeën én een kostenindicatie op een bierviltje en zo zijn we gestart.”

Rood begon klein. Met één machine – ‘een soort opgevoerde zaagtafel’- die oud, gebruikt glas ontmantelt, waardoor het gereinigd kon worden en weer omgezet tot hoogwaardig nieuw isolatieglas. Het circulaire glas heeft dezelfde keurmerken en hetzelfde comfort als nieuw glas, dus voor de gebruiker is er geen verschil. Rood: “Voor zover ik weet, had nog nooit iemand dit eerder gedaan. Het vroeg uiteindelijk veel meer investering dan ik van tevoren had bedacht. Ik ben er, een beetje naïef, gewoon maar aan begonnen en heb er geld ingestoken. Maar ik heb ‘s nachts wel eens wakker gelegen over de vraag wat ik me allemaal op de hals had gehaald.”  Die zorg duurde niet heel lang. “Ik zette een filmpje op LinkedIn over ’s werelds eerste circulaire glasfabriek, en toen ontplofte de boel. Er was direct enorm veel belangstelling.” Zó veel, dat Rood inmiddels samen met bouwbedrijf Hemubo heeft geïnvesteerd in een nieuwe circulaire glasfabriek, waar er vanaf 2024 1000 m2 circulair glas per dag geproduceerd kan worden.

“Toch”, vertelt Rood, “is dit uiteindelijk niet de eindoplossing. We hebben een deel of begin van de oplossing gecreëerd, maar het probleem is dat er niet genoeg ‘oud’ glas is om aan de volledige vraag te voldoen. Kort gezegd wordt er meer gebouwd dan gerenoveerd. Ik denk dat de eindoplossing pas écht in zicht komt als de grondstoffen voor de productie van vlakglas opraken. Dan zullen we echt anders moeten gaan ontwerpen én bouwen.

In de nieuwe circulaire glasfabriek kan er vanaf 2024 1000 m2 circulair glas per dag geproduceerd worden. Beeld: GSF Glasgroep.

Circulair glas in de maak.

Reacties

x Met het invullen van dit formulier geef je Renda en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Renda ©2024. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren