netwerk voor professionals in de sociale woningbouw

No regret: in drie stappen naar nul-op-de-meter
Harrie van Eck

di 14 augustus 2018

2050 nog ver weg? Corporaties weten wel beter. Zij moeten tegen die tijd al hun woningen van het gas af hebben. De wetgeving geldt voor elke woningbezitter, maar vooral corporaties staan voor een gigantische opgave. Eén ding is zeker: een succesvolle transitie vraagt om een doordachte aanpak.

Een doordachte aanpak. Het klinkt logisch: natuurlijk ga je weloverwogen te werk bij de verduurzaming van je woningbezit. Toch zien we corporaties – met alle goede intenties om snel stappen te zetten – nog weleens gekke sprongen maken. Met kapitaalvernietiging als gevolg. Of onnodige kosten. Dat is natuurlijk zonde. Hoe je dit kunt voorkomen? Door te kiezen voor een no-regret-aanpak. Hierbij worden de juiste verduurzamingsstappen genomen op het juiste moment, zonder dat latere stappen onbetaalbaar of technisch moeilijk worden. Ik neem je graag mee in de drie stappen naar nul-op-de-meter.

1. Energievraag beperken, comfort verhogen (no regret)

De voorbereiding op een gasloze toekomst begint met het beperken van de energievraag van woningen. Oftewel: met aanpassingen aan de schil. Denk hierbij aan het vervangen of (beter) isoleren van daken, vloeren en gevels, het vervangen van kozijnen en het dichten van kieren. En – omdat isolatie vraagt om ventilatie – aan de toepassing van goede mechanische ventilatie of een warmteterugwinsysteem. Welke maatregelen je precies neemt, hangt af van de woning en de isolatiewaarde. En natuurlijk van de technische noodzaak om zaken te vervangen of te verbeteren. Het meest cruciale is dat je alleen maatregelen neemt die ook in 2050 nog volstaan. No regret dus; je krijgt er geen spijt van.

Goedkoop isoleren en over twintig jaar wel verder zien? Een slecht idee. Zonnepanelen plaatsen op een verouderd dak? Idem dito. Zonnepanelen gaan gemiddeld 25 jaar mee en in die tijd zal het dak hoe dan ook vervangen of opgewaardeerd moeten worden. Dan is de ingreep nog groter. Kozijnvervanging is ook zo’n voorbeeld. Normaal gesproken zou je misschien kiezen voor dubbel glas, maar met het oog op de doelstelling in 2050 volstaat dat niet. En dus kun je beter kiezen voor triple glas. Dat brengt een extra investering met zich mee, maar je bent dan wel tot 2050 klaar. Een nieuw kozijn gaat minimaal veertig tot vijftig jaar mee. En ook andere aanpassingen aan de schil gaan meer dan veertig jaar mee. Als je in je meerjarenonderhoudsbegroting hebt staan dat een complex onder handen genomen moet worden, doe het dan in één keer goed en kies voor toekomstbestendige maatregelen.

2. NOM-ready: extra investeringen in de thermische schil

In een volgende stap worden bouwkundige aanpassingen gedaan om een woning NOM-ready te maken, dus voor te bereiden op NOM. Hierbij worden investeringen naar voren gehaald om de laatste stap – naar NOM – makkelijker te kunnen zetten. In wezen gaat het hier om alle aanpassingen die daarvoor nodig zijn, behalve de installatietechnische. Denk bijvoorbeeld aan het vervangen van een gedeelte van de gevel of het toepassen van buitengevelisolatie. Je haalt investeringen naar voren, maar kiest wel heel bewust je moment. Zo kan het voorkomen dat de gevels voor het overgrote deel vervangen worden, maar dat de investering in de kopgevel wordt uitgesteld tot een later moment. Simpelweg omdat de kosten nu niet in verhouding staan tot de besparing die de investering oplevert. Bovendien kan het zijn dat die investering in de kopgevel op termijn helemaal overbodig wordt. Zo is het heel goed denkbaar dat er in de toekomst warmtepompinstallaties zijn waarmee het mogelijk is om wel op hoge temperatuur te verwarmen. Dan is die investering in de kopgevel misschien niet eens meer nodig. De moraal van het verhaal is ook hier: kies je moment zorgvuldig en doe alleen investeringen waar je geen spijt van krijgt.

Wanneer een woning NOM-ready is, hoeft alleen de installatie nog vervangen te worden om de woning naar nul-op-de-meter te brengen. De achterliggende gedachte van de stapsgewijze aanpak is dat ingrepen in de toekomst makkelijker en goedkoper kunnen worden door de snelheid waarmee technische innovaties zich aandienen. Niet voor niets adviseren wij vaak om de laatste stap – vervanging van de installatie – zolang mogelijk uit te stellen, in elk geval tot het moment dat het technisch noodzakelijk of financieel interessant is om de investering te doen.

3. Nul-op-de-meter: de installatietechnische maatregelen

Het plaatsen van zonnepanelen en het installeren van een warmtepomp maken deel uit van de laatste stap. Deze stap omvat alle maatregelen om de overstap te kunnen maken van gas naar andere vormen van energie. De ontwikkelingen op dit gebied gaan razendsnel. Wekelijks komen er nieuwe producten op de markt. Van bodem- en luchtwarmtepompen tot installaties die werken op windenergie of waterstof. Je weet: wat je vandaag aanschaft, is morgen achterhaald. Bovendien zijn installaties nog relatief duur en is de technische levensduur beperkt. Is het nog niet noodzakelijk om je installatie te vervangen, wacht dan nog. Een installatie die je nu aanschaft haalt 2050 niet.

Reacties

Copyright 2018 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren