Log in
inloggen bij Renda
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
word lid
Home / Artikelen

Ketensamenwerking in Transvaal, Amsterdam-Oost

"Het moet wel bij je passen." - 19 maart 2026

Begonnen met aanbesteding. Doorontwikkeld tot bouwteam. En nu succesvol in ketensamenwerking. Dat is in het kort de groei die woningcorporatie Eigen Haard uit Amsterdam en bouwbedrijf elk® samen doormaakten. "Hoe meer je elkaar opzoekt, hoe meer iedereen de voordelen ervaart." Een gesprek met ontwikkelaar Marco Schuurke van Eigen Haard en Menno de Kloet, regiodirecteur Midden-West van elk®. 


door Ingrid Roefs en Evamarije Smit

De projecten in de Transvaal- en Oosterparkbuurt bleken al gauw zo omvangrijk en uitdagend, dat Eigen Haard koos voor ketensamenwerking. Doel: een inhaalslag op het verbeteren van het vastgoed daadwerkelijk haalbaar maken. Binnen de traditionele, projectmatige manier van werken, hadden zij veel start- en stopmomenten. Met alle overdrachten van dien. Daarnaast moesten zij per project steeds controleren, registreren en rapporteren, en waren er veel discussies over meer-/minderwerk. Dat kostte heel veel tijd en menskracht. 

Van project naar programma

Menno: “Samen met Eigen Haard hebben we zo’n vijf jaar geleden ingezien dat we het projectmatig werken in Amsterdam-Oost moesten loslaten en de hele opgave met een gezamenlijk programma moesten oppakken. We namen afscheid van de start-stopprojecten en brachten samen alle opgaven in de wijk in kaart. Op die manier waren we in staat voorspelbaar te programmeren. Dat was het begin van de verregaande ketensamenwerking die we nu hebben.”

Kick-off voor wederzijds begrip

Marco: “Al met al een grote verandering en niet alleen voor ons, maar ook voor ál onze ketenpartners. Want als je praat over gezamenlijke doelen, KPI’s en verantwoordelijkheden, moet je ook openheid geven. Agenda’s aan elkaar durven koppelen. Belangen en verwachtingen durven delen. Niet alleen tussen alle betrokken organisaties, maar ook tussen afdelingen van Eigen Haard onderling.” Zo anders werken, zij aan zij met meer verantwoordelijkheden bij marktpartijen, kan voor sommigen aanvoelen als een bedreiging. Zo hadden mensen veel vragen over wat deze andere manier van werken voor hun specifieke rol zou betekenen. Menno: “Dat is heel begrijpelijk. Daarom was het cruciaal om begrip voor elkaars standpunten, zorgen en bezwaren te krijgen. Wij hebben daar destijds samen een speciale kick-off voor opgetuigd; een tweedaagse in Egmond. Dat werkte zó goed, dat we dit ieder half jaar zijn blijven doen, om die verbinding te houden en om te blijven leren en verbeteren.” 

Je moet er als organisatie voor openstaan, erin geloven

Cultuuromslag

Beide organisaties moesten behoorlijk wat tijd en geld investeren om de nieuwe werkmanier te laten landen. Marco: “Je moet er als organisatie voor openstaan, erin geloven. Het moet bij je passen. En het bestuur moet er ook volledig achter staan, dat je op die manier je ketenpartners selecteert. Dan kan je als keten rustig gaan bouwen aan de cultuuromslag die nodig is.” In het kernteam zitten nu ongeveer veertien personen van verschillende afdelingen uit beide organisaties. Menno: “Met deze werkgroep zitten we veel eerder, vaker en sámen aan tafel, om te bespreken welke uitdagingen iedereen voorziet. Als je die zorgen van elkaar kent, kun je dingen tijdig op elkaar afstemmen en aanpassen waar nodig.”

Bewoners centraal

Marco: “Het mooist, merken we in onze hele organisatie, is dat door deze constante afstemming de bewoner steeds meer centraal komt te staan. Precies wat al die tijd het doel was. De uitvoerders komen al vroeg bij de mensen over de vloer en zijn jarenlang zichtbaar in de wijk. Dat wekt vertrouwen. En dát zorgt er weer voor, dat er sneller draagvlak is. Of anders gezegd: draagvlak is zo ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid geworden. Daarnaast merk ik ook, dat het steeds makkelijker wordt om delen los te laten, zoals controle op de planning of de tekeningen. Je kent elkaar nu en weet dat het goed komt.” Menno vult hem aan: “We pakken samen het hele participatieproces op. Het voordeel daarvan is, dat huurders hun corporatie zien en het gevoel hebben dat ze zelf ook gezien worden. Wij zijn nu medeverantwoordelijk en veel meer dan voorheen gericht op bewoners. We hebben meer begrip en respect gekregen voor sociaal projectleiders en helpen mee. Omdat we al enkele jaren werken in de wijk, zijn we vertrouwde gezichten geworden. En dát is weer goed voor nieuwe werken verderop in de wijk”.  

Gedeelde belangen

Doordat beide partijen aan het begin zo open en eerlijk hun belangen met elkaar hebben gedeeld, kunnen ze elkaar nu helpen die belangen ook te behartigen. elk® snapt dat de bewonerstevredenheid het allerbelangrijkst is voor Eigen Haard, net als het toekomstbestendig maken van hun vastgoed. Eigen Haard ziet in dat wanneer zij continuïteit bieden, een aannemer ook kan investeren in de samenwerking. Het repeterende karakter van het werk zorgt er bovendien voor, dat ze samen steeds beter worden in wat ze doen. Zo gaat het steeds sneller en wordt opschaling realistisch, in een tijd dat menskracht en kennis van de bouw steeds schaarser worden. Menno: “We hebben de capaciteit van onze twee organisaties zodanig samengebracht, dat 1+1 nu 3 is geworden.” 

Daar waar je struikelt, ligt je grootste schat begraven

Treintje gevuld houden

Hoe heeft deze manier van werken invloed op de financiën? Menno, glimlachend: “Daar waar je struikelt, ligt je grootste schat begraven. Door onze hechte samenwerking hebben we scherp in beeld waar de respectievelijke struikelblokken liggen. Oftewel: waar de werkzaamheden kunnen stagneren. Doordat we die samen op voorhand oplossen en dus stagnatie voorkomen, verdienen we de investeringen ruim terug.” Marco knikt bevestigend: “En steeds sneller, als is niet alles direct terug te leiden naar euro’s. Deden we over het eerste deelproject nog vier jaar over de voorbereiding- en ontwerpfase, zitten we nu op zo’n twee jaar. En het versnelt nog steeds. De kunst is dan wel, om het ‘treintje’ gevuld te houden, zodat we aan de gang kunnen blijven. Als je die trein laat stilvallen, gaan mensen op andere projecten aan de slag en moet je later weer een nieuw team formeren. Dat is verlies van tijd, kennis en voortgang. Wij kijken voor onze trein nu zo’n vier tot vijf jaar vooruit.”

De opgave

De opgave in de Transvaal- en Oosterparkbuurt is met honderden woningen en een klein aantal bedrijfspanden in de plint, groot en complex. Er komen veel dingen bij elkaar. Sloop-nieuwbouw was misschien een mogelijkheid geweest, maar de gemeente wilde het bestaande stedelijk bezit zo veel mogelijk behouden. (Iets wat financieel alleen haalbaar was, als er ook aanzienlijk verdicht had kunnen worden, met toevoeging van extra lagen.) De staat van de woningen is op sommige plekken zo slecht, dat alleen grootscheepse renovatie in onbewoonde staat een échte optie is. In veel gevallen moeten woningen compleet worden gestript en dienen heipalen zelfs vervangen te worden. Financieel een enorme uitdaging en voor bewoners zeer ingrijpend, omdat zij tijdelijk of blijvend moeten verhuizen. Daarnaast is er veel gespikkeld bezit en is er sprake van bedrijfspanden in de plint die vaak een beperkte bijdrage aan de leefbaarheid van de stad hebben.

Reacties

x Met het invullen van dit formulier geef je Renda en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Renda ©2026. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren