netwerk voor professionals in de sociale woningbouw

De balans tussen betaalbaarheid en kwaliteit van wonen staat voorop

di 5 dec 2017

John van der Staak is Manager Vastgoed bij SCW. Deze woningcorporatie, gevestigd in Tiel, beheert op dit moment circa 3600 woningen. Namens SCW beantwoordt van der Staak de 'vijf vragen aan'...

1. Wat is SCW voor bedrijf?

Betaalbaarheid, betaalbaarheid, betaalbaarheid. Onze focus voor de komende jaren is helder. De richting ook: kleinere eengezinswoningen – die niet (te) duur zijn – en verduurzaming – die betaalbaarheid niet in de weg staat. Leg daar onze visie, Thuis in Tiel, naast. Als lokale speler met het bezit, ruim 3.500 VHE, binnen de gemeentegrenzen weten wij als geen ander wat de Tielse bewoner beweegt. De kwaliteit van het vastgoed, de transitie naar duurzamere oplossingen voor energieverbruik en een goede relatie met onze belanghouders zijn onderwerpen die op dit moment onze aandacht vragen, maar niet los kunnen worden gezien van de financiële mogelijkheden die huurders hebben en wet- en regelgeving ons opleggen. Daar een balans in vinden is de uitdaging voor onze corporatie op dit moment.

2. Welke van de Renda-thema's vinden jullie het belangrijkst en waarom?

De betaalbaarheid van het wonen heeft invloed op alle andere thema’s waar we op dit moment aan werken. Dankzij wet- en regelgeving zijn we terug bij de basis: voorzien in de woonbehoefte van de minst draagkrachtige mensen in onze samenleving. Voeg daar duurzaam en menselijk aan toe, dan hebben wij voor de komende jaren onze prioriteiten precies helder. Ik vind: een goed onderhouden woning is prachtig, nadenken over hoe we het gas in onze stad gaan vervangen ook, maar de balans tussen betaalbaarheid en kwaliteit van wonen staat daarbij altijd voorop. Soms lastig, niet altijd leuk, maar het doet ook een appèl op de creativiteit en veerkracht van je corporatie en zijn partners.

3. Hoe helpen jullie de sector vooruit?

Als middelgrote en lokaal georiënteerde corporatie zijn wij niet direct de meest innoverende woningcorporatie, maar wel erg slim in het beoordelen van bestaande werkwijzen. Bovendien zoeken we nadrukkelijk samenwerking. Met partners zoals marktpartijen, leveranciers en adviseurs. En met de andere corporaties in het Rivierengebied en soms daarbuiten. Daar waar het even kan, biedt onze maat juist slagkracht en hebben we bijvoorbeeld een snelle en nieuwe manier van conditiemeten middels de inspectie-app met de leverancier ontwikkeld.

4. Wat is jullie toekomstvisie voor de bestaande bouw? Wat moet de sector beter doen?

De woningvoorraad van 2050 staat er nu al voor 90 à 95 procent. De verduurzamingsopgave zoals hij er nu ligt - met de huidige technieken en corporatiewetgeving – is slechts misschien voor een enkele corporatie haalbaar. Dat betekent niet dat we stil moeten zitten. We zullen ervaring op moeten doen. Slim inspelen op de mogelijkheden die er zijn. En vooral de technieken die er komen. Deze zullen verbeteren en/of betaalbaar worden.

Naast de verduurzaming zijn er andere uitdagingen, zoals het verwijderen van asbestdaken, langer zelfstandig blijven wonen en de toename van verwarde personen. Thema’s die we beleidsmatig en financieel een plek moeten geven in onze begroting, met als belangrijkste uitdaging de betaalbaarheid van de woning. Zaak voor de branche dus om bewust keuzes te blijven maken en branchebreed de problematiek inzichtelijk maken, zodat andere partijen weten waar de corporaties, en eigenlijk onze huurders, mee geholpen zijn op technisch en sociaal en wettelijk gebied.

5. Wat wil je zelf nog kwijt?

Ik probeer me in de bewoner, degene waar het om gaat, te verplaatsen. Dat leer je in de praktijk. Een voorbeeld: wij berekenen hoeveel geld een bewoner bespaart als wij een energiemaatregel treffen en daarvan vragen wij 50% huurverhoging. Een paar jaar geleden berekenden wij bij een woning 10 euro besparing. We vroegen de bewoonster dus 5 euro huurverhoging in ruil. Ondanks dat onze eerdere projecten lieten zien dat we telkens goede berekeningen maakten, gebeurde er nu iets bijzonders. Iets wat mij bij blijft. De bewoonster zag van de maatregel af en vertelde mij: “John, ik durf het niet aan. Want als het toch niet klopt, dan maakt die 5 euro voor ons wel een groot verschil. Nu kunnen mijn beide kinderen maandelijks naar een verjaardagsfeestje met een cadeautje van 2,5 euro. Zonder dat worden ze niet meer uitgenodigd!”. Voor deze bewoonster was de 5 euro het verschil tussen isoleren en het sociaal isolement van haar kinderen. Deze bewoonster is een voorbeeld van de mensen waar wij als corporaties voor op aarde zijn.

Reacties

Copyright 2018 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren