netwerk voor professionals in de sociale woningbouw

"Ach meisje, waar begin je aan?"
Marjet Rutten
Marjet Rutten

do 8 mei 2014

Graag vertel ik je een kort verhaal. Een verslag over mijn persoonlijke ervaringen met de branche (als klant) en mijn visie op wat anders moet. Op 11-11-11 kocht ik in Leerdam samen met mijn vriend een herenboerderij uit 1866. Een heerlijk plekje, midden tussen de weilanden. Maar zeker nog geen plekje om rustig bij in een luie stoel te gaan zitten. Want er was werk aan de winkel; het pand was in slechte tot zeer slechte staat.

Vol goede moed begonnen wij aan een grote verbouwing. Vrienden verklaarden ons grotendeels voor gek (11-11-11 is niet voor niets het getal van de gekken). Los van het feit dat zij door de chaos de schoonheid niet zagen van het huis zoals wij die zagen, gingen hun nekharen al overeind staan bij het idee van zo’n verbouwing.

Ook de sector zelf deed niet bepaald zijn best het enthousiast te brengen. Op een vergadering van Bouwend Nederland zeiden de directeuren letterlijk: “Ach meisje, waar begin je aan”. Jeetje, dacht ik. Ik zie mezelf al een spijkerbroekenwinkel binnenlopen, vragend om een spijkerbroek en als antwoord krijgen: “Ach meisje, waar begin je aan”.

Traditionele pet

Maar goed, eigenwijs zijn we altijd geweest. Dus ondanks al die kritische noten gingen wij aan de slag. Over de aannemer die we daarbij in de arm hebben genomen niets dan lof. Althans, met een traditionele pet op bekeken. Als iemand deze bouwer zegt wat de bedoeling is, komt het bouwwerk dik voor elkaar. Over klantvriendelijkheid en netheid ook niets te klagen. Maar dan…

Het aannemen van een opdracht is tegenwoordig meer dan het bouwwerk goed uitvoeren. Zeker als je voor particuliere opdrachtgevers werkt. En zeker als er geen bestek en tekeningen aan ten grondslag liggen, wat bij particulieren toch vaak het geval is. Ook in het geval van onze verbouwing lagen er geen gedetailleerde tekeningen. Er lag geen bestek. Er was geen architect bij betrokken, geen adviseur. Op de één of andere manier zit dat niet in het systeem van een consument. Ik ga veel geld uitgeven, dan hoef ik toch niet ook nog eerst geld uit te geven om te bedenken hoe en wat? Daar hebben die mensen toch verstand van? Om maar weer even de parallel naar de spijkerbroek te trekken: ik hoef toch ook niet eerst een ontwerper aan de slag te zetten om tegen vergoeding een tekening te laten maken van mijn ideale broek?

GRRR!

De aannemer ging dus aan de slag. Bij de aftrap heb ik tegen de bouwer en betrokken installateurs gezegd: “Ik wil graag op termijn naar een notaloze boerderij. Ik begrijp dat dat niet van de ene op de andere dag lukt, maar laten we nu niets doen waar we later spijt van krijgen”. Er werd heftig ja geknikt: “Ja, duurzaam bouwen, leuk. Dat doen wij ook”. Waarna we vol goede moed aan het werk gingen.

Al snel bleek dat ze dat duurzame bouwen helemaal niet deden, tenzij ik precies vertelde wat ik daaronder verstond en wat ze moesten doen. Maar ik ben een domme consument. Ik weet helemaal niet wat allemaal mogelijk is. Ik ga er namelijk vanuit dat zij dat weten, zeker als ze zeggen dat zij ook ‘aan duurzaam bouwen doen’.

Maar ja, als je dan thuiskomt en het dak wordt dichtgetimmerd zonder isolatie eronder… En een tijdje later hangt er een gloednieuwe hr-ketel, zonder overleg… En je krijgt op de vraag waarom die hr-ketel er hangt als antwoord: “Maar je wilt het toch lekker warm hebben meisje”… En op je reactie of een warmtepomp in het kader van notaloos geen beter idee is, hoor je “O, dat kan ook, zeg maar wat je hebben wilt”… Dan denk je: GRRR! Ik weet niet wat ik wil hebben! Maar ik wil vooral de garantie dat ik het warm heb én een goede keuze maak!

Niet bij te benen

Op het moment dat ik de bouwer hierop aansprak, keek hij naar zijn partners. “De ontwikkelingen gaan zo snel, dat kunnen wij niet bijbenen.” Klopt. De ontwikkelingen gaan zeker snel. Des te meer reden om dus of 1) iemand erbij te halen die weet wat hij/zij doet, of 2) zelf veel meer aandacht aan die kennis te besteden.

Want kies je ervoor om voor particulieren te werken dan heeft dit consequenties voor je product en dienstverlening. Bouwen doe je dan niet als een bestekbouwer, maar je voegt kennis toe. Dat verwacht de markt van je. Werken als bestekbouwer kan ook, maar in dat geval moet je ervoor zorgen dat er een bestek ligt en ga je niet zonder aan de slag. Dat gaat ten koste van het imago van je eigen bedrijf en van de sector. Als je een paar ton investeert mag je kwaliteit verwachten. En bouwers die maar wat doen zonder gedegen kennis en hier de opdrachtgever niet op attent maken, komen er niet meer mee weg.

Een feestje

Ik heb geluk gehad bij mijn verbouwing. Uit duurzaamheidsoogpunt had het beter gekund (en alles dat niet direct met bouwen te maken heeft zoals offertes, administratieve afhandeling, alternatieve producten et cetera), maar toch vond ik de verbouwing een feestje. Het was een soort avontuur, net als op vakantie gaan met de rugzak. Je hebt wel een idee waar je heen gaat, maar eigenlijk kun je je pas achteraf echt een beeld vormen van die reis. Je weet met andere woorden niet precies wat je te wachten staat en maakt heel wat mee. Soms ook minder leuke dingen, maar die maken de ervaring des te interessanter. En uiteindelijk heb je een ervaring en een huis dat helemaal van jou is.

Er is nog een boel werk aan de winkel voor bouwers en vooral installateurs. De kansen die zij hebben laten liggen, zijn niet op één hand te tellen. Van zonnepanelen, warmtepompen en fancy domotica-systemen, tot het eenvoudig toepassen van kindveilige stopcontacten. Maar daarover een andere keer meer.

Aanjager, innovator en marketeer voor de bouw-, installatie- en vastgoedsector

Reacties

Copyright 2019 Aeneas Media

Kom je ook naar de Dag van de Bewoner?

Dompel je op 14 november  onder in de wereld van bewonerscommunicatie aan de hand van inspirerende voorbeeldcases en discussies met medevakgenoten.

Bekijk het programma

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren