Een warmtepomp op zolder lijkt een logische keuze. Alleen: daar woont de volwassen zoon van een bewoner. In Vliedberg werd daarom in goed overleg een andere plek voor de installatie gevonden. Huurder blij, zoon blij. Het is een klein voorbeeld van wat er komt kijken bij een grote verduurzamingsopgave. Hoe maak je 248 woningen gasloos, terwijl het dagelijks leven achter de voordeur gewoon doorgaat? Tijdens Renda on Tour op 1 oktober in Vlijmen kwamen de technische aanpak en de ervaringen van bewoners bij elkaar. Knaapen en Woonveste organiseerden een inkijkje in hun projectkeuken.
De middag begint met een toelichting op de informatiemarkt waarmee Woonveste en Knaapen bewoners bij de plannen betrokken. De marktkramen waren bedoeld om mensen op een laagdrempelige manier in gesprek te laten gaan over de veranderingen die eraan kwamen. Bewoners konden hun vragen stellen en kennismaken met het projectteam. En dat team hoorde zo meteen waar mensen mee zaten.
Na de introductie gaan de deelnemers op wijksafari. Ze bekijken woningen en spreken met bewoners. Daarna praten ze aan twee focustafels verder over samenwerking en bewonersparticipatie. De vraag die steeds weer bovenkomt: wat betekent zo’n renovatie eigenlijk voor degene die hier woont?
De opgave is flink: Woonveste en Knaapen verduurzamen in Vliedberg 248 woningen, verdeeld over vier deelprojecten, en maken ze volledig gasloos. Aan de laatste 33 woningen wordt op dit moment nog gewerkt. Voor Woonveste is deze aanpak nieuw, vertelt projectleider Roland van Ginderen. ‘Er valt technisch veel uit te zoeken, terwijl de mensen gewoon in hun huis blijven wonen.’
De lange woningblokken maken het mogelijk om flink door te werken. Er zitten relatief weinig particuliere woningen tussen, waardoor de uitvoering als een bouwtrein door de straten kan trekken. Maar daarmee ligt de route nog niet vast. De flora en faunawet bepaalt mede waar het werk kan beginnen. Ook het overleg met netbeheerder Enexis vraagt een lange aanloop: de eerste contacten zijn al drie jaar voor de start gelegd.
In proefwoningen zoeken de betrokken technische partijen samen naar een goede opstelling voor de warmtepomp. Die moet straks ook goed te installeren zijn. Wat ze daar leren, nemen ze mee naar de volgende woningen. De vier deelprojecten geven bovendien de kans om de aanpak onderweg steeds bij te stellen.
En dan heeft ieder huis zijn eigen bijzonderheden. Hoe bouw je een steiger rond een aanbouw? Wat doe je met rolluiken of andere voorzieningen die bewoners zelf hebben aangebracht? Waar past een installatie in een huis waarvan alle ruimte al wordt gebruikt? Het projectteam besloot waar mogelijk maatwerk te leveren: dat betekende soms een steiger omleggen of een installatie verplaatsen.
Een kleine impressie van de wijktour en de dag
Van Ginderen vertelt open over zijn ongeduld tijdens de voorbereiding. Het duurde allemaal langer dan hij vanuit eerdere projecten gewend was. ‘Ik heb wel eens gedacht: wanneer gaan we nou eens bouwen?’, vertelt hij. ‘Maar gaandeweg zag ik wat die extra voorbereidingstijd opleverde: wat je vooral samen uitzoekt, hoef je tijdens de uitvoering niet alsnog op te lossen.
Knaapen bleef daarbij de gevolgen voor bewoners onder de aandacht brengen. Gasloos wonen betekent bijvoorbeeld ook elektrisch koken. Hoe bereid je mensen daarop voor? Wat moeten ze zelf regelen en waarbij hebben ze hulp nodig? Zo hielp de aannemer ook de corporatie om te zien wat er allemaal bij de verandering kwam kijken. Van Ginderen waardeerde dat: ‘Ik word echt wijzer van een aannemer die kritisch meekijkt.’
Dat lukt als je elkaar durft te bevragen en elkaars kennis serieus neemt. Daniëlle (achterbaam weet ik niet, van Knaapen) : ‘In een gelijkwaardige samenwerking leer je van elkaar. In principe moet het daarbij niet uitmaken wie voor welke partij werkt.’ Dat vroeg wel om loslaten, erkent Van Ginderen. ‘Ik ben iemand die graag alles zelf in de hand houdt. Ik heb echt leren vertrouwen om de mensen om me heen. Lopen we ergens tegenaan, dan zoeken we samen naar een oplossing.’
Vliedberg is een buurt waar veel mensen elkaar kennen, en waar ‘praat’ snel rondgaat. Dat is prettig als alles goed gaat: positieve ervaringen worden snel doorverteld Maar gaat er iets mis, dan weet de buurt het óók meteen. Waarmaken wat je belooft, is daarom essentieel: zowel op straat, tijdens bijeenkomsten, als achter de voordeur. Dat vraagt om het goed leren kennen van die bewoners.
Dat gebeurde onder andere via een woonwensenonderzoek, huiskamergesprekken en een nieuw opgerichte klankbordgroep. Eén van de resultaten: een opruimdag. Van Ginderen: ‘Ik vroeg me eerst af of dat de kosten wel waard was. Maar het leverde echt een hoop op: bewoners kregen hulp om hun woning klaar te maken voor het werk, wat het proces verderop vergemakkelijkte, en ondertussen leerden ze elkaar kennen. Win-win, wat mij betreft.’ Ook de vertrouwde gezichten van het team helpen. ‘Bewoners wisten steeds beter bij wie ze moesten zijn. Dat contact groeit ook met kleine dingen: gordijnen die tijdelijk weg moeten, een afspraak die veranderd, iets wat iemand niet zelf kan verplaatsen. Bereikbaar zijn en meedenken is dan cruciaal.’
Aan de focustafel over bewonersparticipatie klinken onderzoekende vragen. Wanneer vraag je bewoners naar hun wensen? En wat valt er op dat moment nog te veranderen? Een woonwensenonderzoek maakt duidelijk waar het tocht, welke gebreken er zijn en waar mensen tegenop zien bij gasloos wonen. Maar als de belangrijkste keuzes al gemaakt zijn, hoeveel invloed hebben bewoners dan nog?
Vroeg in gesprek gaan geeft ruimte om te luisteren en plannen aan te passen. Tegelijk kun je verwachtingen wekken, zeker als het daarna nog lang duurt voordat er iets gebeurt. Je moet dus helder zijn: wat is al besloten, waar kunnen bewoners over meepraten en welke wensen kun je niet waarmaken?
En wat doe je als een bewoner niet mee wil? Achter zo’n nee kan van alles zitten. Iemand ziet op tegen de overlast, weet niet hoe het huis op tijd leeg moet zijn of heeft nog een oud conflict met de corporatie. Eerst maar eens uitzoeken waar het werkelijk om gaat. Dan kun je ook gerichter helpen.
Daar zitten natuurlijk grenzen aan. En bewoners kijken naar wat er bij de buren gebeurt. Waarom krijgt de één extra hulp en de ander niet? Dat moet je kunnen uitleggen. Bij zelfgebouwde voorzieningen merk je bovendien hoe snel technische en sociale keuzes samenkomen in tijd en geld. Laat je een aanbouw staan, dan kan daar een ingewikkeldere steigerconstructie voor nodig zijn. Dat vraagt om een gezamenlijke besluitvorming.
De gesprekken gaan ook over wat er gebeurt als het werk klaar is. Wat merkt een bewoner dan van alle verbeteringen? Wordt het comfortabeler? Hoe werkt die nieuwe installatie? En wat doet de energierekening?
Vooral over die rekening zijn er zorgen. Wie weinig financiële ruimte heeft, kan zich geen onverwacht hoge maandlasten veroorloven. Aan tafel gaat het over veranderende energieprijzen en het gebruik van de warmtepomp. Hoe stellig kun je vooraf zijn over de voordelen, als je niet op alles invloed hebt?
De gouden tip van bewoner Marjo: wees eerlijk. Vertel wat je weet, maar zeg het ook als je iets nog niet weet. En blijf na de oplevering in contact. Een pakket informatie als het werk klaar is, geeft nog geen antwoord op alle vragen die in de eerste winter opduiken. Aan tafel klinkt het voorstel om na een jaar opnieuw langs te gaan. Hoe bevalt het wonen nu? En waar hebben mensen nog hulp bij nodig?
Daar moet wel tijd voor zijn. Deelnemers merken dat steeds beter wordt begrepen waarom bewonersbegeleiding nodig is. Tegelijk komt het budget voor communicatie soms toch weer onder druk te staan. Zorgelijk, is de consensus, want: een relatie opbouwen doe je niet in tien minuten. En die relatie hangt ook af van de vakmensen die dagelijks over de vloer komen.
De middag in Vliedberg laat zien hoeveel keuzes er achter één renovatie schuilgaan. De bouwtrein moet door, terwijl een bewoner soms wat meer tijd nodig heeft, extra uitleg of een andere oplossing. Zoals op die zolder, waar de geplande plek voor een warmtepomp al de woonplek van een zoon was.
Reacties