netwerk voor professionals in de sociale woningbouw

Wonen én werk als katalysator
Wikke Peters

di 27 augustus 2019
artikel

"Een dakloze, dat is allang niet meer de onverzorgde man met een blik bier in zijn hand en een spuit in zijn arm. Daklozenopvang was vooral gericht op het tegengaan van overlast door mensen met een verslaving. Maar de wereld is veranderd. Geen werk en geen woning hebben, heeft nu veel meer te maken met de twee snelheden in onze samenleving. Schulden, psychische problemen, geen perspectief meer zien. De dakloze van nu is niet meer de Swiebertje van toen. En dat vraagt om een totaal andere inzet en benadering."

Aan het woord is Thijs Eradus, directeur van Springplank. Een organisatie die zich richt op het naar werk begeleiden van mensen zonder woning of die deze dreigen te verliezen door een combinatie van problemen. Springplank heeft vestigingen in Eindhoven en Den Bosch, start binnenkort in Tilburg en Amsterdam en adviseert de gemeente Utrecht. Zijn organisatie heeft een duidelijke missie: daklozen toeleiden naar werk én wonen. Allebei tegelijk, en het liefst zo snel mogelijk, doorgaans binnen maximaal anderhalf jaar. De output? “Een slagingspercentage van ongeveer zeventig procent. Zij vinden een betaalde baan. Wij werken op resultaatfinanciering en ontvangen alleen voor deze mensen subsidie van de gemeente. Het betekent overigens niet dat we de overige dertig procent laten vallen. Vrijwilligerswerk of een vorm van dagbesteding is soms de maximale uitkomst. Daar ontvangen we geen geld voor, maar we beschouwen dat zeker niet als ‘mislukt’.”

Waar is mijn bed?

Eradus heeft twee belangrijke stakeholders: corporaties en het bedrijfsleven. “Met corporaties maken we afspraken over wonen. Mensen die zich aanmelden voor een traject bij Springplank, gaan eerst gezamenlijk wonen in een huis dat door de corporatie aan ons is toegewezen. Zonder 24 uurs begeleiding, met elkaar. Of dat goed gaat? Ja. We zetten mensen namelijk ook meteen aan het werk. Dat betekent dat ze overdag sowieso van huis zijn, een redelijk regelmatig leven leiden. En daar zijn we heel strikt in. Verschijn je twee dagen niet op je werk? Dan mag je voor een paar nachten terug naar de nachtopvang. We doen er bij Springplank alles aan om mensen te helpen, maar alleen als die mensen zelf ook de bereid hebben om aan de slag te gaan. Dat wringt weleens. Eén van de eerste vragen die mensen vaak stellen als ze hun kamer in het huis zien, is: waar is mijn bed? Bizar eigenlijk, want als jij of ik een huis huren verwachten we ook niet dat er een bed staat. Maar sommigen zijn zó gewend dat alles voor ze geregeld wordt. Dat is ook wel een hulpverlenersvalkuil. We willen graag helpen en vinden alles zielig. Daardoor accepteren we veel, ook dingen die we van anderen niet zouden accepteren. Daar moeten ik en mijn collega’s steeds alert op zijn. Dus dat bed is een van de eerste dingen die ze zelf moeten regelen. En dat kan makkelijk: kijk online, zoekterm gratis af te halen. Wij helpen dan wel met transport door ons busje in te zetten.”

"Sommigen zijn zó gewend dat alles voor ze geregeld wordt. Dat is ook wel een hulpverlenersvalkuil."

Zware criminelen

Incidenten in de buurt zijn er in vijf jaar tijd nog nooit geweest. En ook protesten uit de buurt tegen de komst van een huis met ex-daklozen zijn zeldzaam. “Eigenlijk hebben we dat maar één keer meegemaakt: in een buurt met relatief veel koopwoningen. Daar gingen de paniekflyers al rond: pas op voor pedofielen en zware criminelen die in de buurt komen wonen. Het is dan een kwestie van heel veel in gesprek blijven met de buurt. Persoonlijk vind ik het overigens verontrustend dat juist zo’n buurt in opstand komt. Dankzij de nieuwe woningwet hebben we sterk te maken met een tweedeling tussen de, oneerbiedig gezegd, corporatiewijken en de andere wijken. De kwetsbare wijken staan onder druk, en we verwachten van hen dat ze ook nogal deze doelgroepen opnemen. Ik zou graag meer spreiding zien, de sterke schouders ook mee laten dragen in de maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan”, vertelt Eradus.

Oud ijzer

Naast corporaties is het bedrijfsleven de tweede belangrijke partner van Springplank. “We werken samen met zo’n honderd ondernemingen, waaronder veel bouwbedrijven. Veel bedrijven werken mee omdat ze het oprecht belangrijk vinden iets te doen dat maatschappelijke waarde heeft. De overheid stimuleert of eist zelfs social return in de aanbesteding, maar dat vind ik niet altijd toereikend: het betekent dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt voor de duur van een project worden aangenomen, en daarna weer een onduidelijke toekomst tegemoet gaan. Dat is precies wat je niet wilt. Social return zou gewoon onderdeel van het beleid moeten zijn.”

Zodoende is het belangrijk dat er goede afspraken gemaakt worden met de bedrijven en dat de verwachtingen aan beide kanten juist zijn. “Wij moeten bedrijven serieus nemen. Niet alleen maar hulpverlenen, dan haken ze af. We waken ervoor alles goed te praten en zijn realistisch: wat kunnen ze wel, wat kunnen ze niet? Dat moeten we van tevoren weten, want daarin gaan we niet experimenteren met kandidaten. Uiteindelijk heb je vooral werklieden nodig die kunnen omgaan met mensen met uiteenlopende achtergronden. Van een leermeester die normaal gesproken timmermannen opleidt, kun je niet zomaar verwachten dat hij weet hoe om te gaan met iemand met een beperking. Ik vind dat de gemeente daarin moet investeren, wat overigens al wel gebeurt, maar dat zou nog meer mogen.” En zelfs dan gebeuren er soms onvoorspelbare dingen. “Een van onze eerste beschikbare plekken was een werkplek als lasser bij VDL. Onze kandidaat maakte een goede start. Totdat er oud ijzer begon te verdwijnen. Uit camerabeelden bleek dat het om onze kandidaat ging. Wat bleek: er was iets misgegaan met zijn uitkering, die hij zou moeten krijgen tijdens zijn eerste werkervaringsperiode. Hij had geen geld, en hij had honger. Van de opbrengst van het oud ijzer kocht hij eten. Toen we dat boven tafel hadden, trokken we daar onmiddellijk lering uit: zorg dat alle randvoorwaarden op orde zijn. Pas dan kan werk écht als katalysator dienen. De kandidaat is overigens inmiddels aangenomen bij VDL.”

"Ik vind het ontoelaatbaar om mensen te laten verzuipen in domme bureaucratische regels"

“Werk geeft structuur, sociale contacten, eigenwaarde, een doel in het leven. Werk is echt een bindmiddel, ook en misschien zelfs wel júist voor mensen met psychische problemen of een verslaving. Het klinkt misschien raar, maar als iemand verslaafd is, zien wij werk toch als eerste route. Als je elke avond drie flessen wijn leegdrinkt, maar toch om zeven uur op je werk kunt zijn, ligt onze prioriteit niet bij jouw verslaving, maar bij het jou aan het werk helpen. We hebben dan ook geen toelatingscriteria voor een traject bij Springplank. Eigenlijk is er maar één eis: je moet en zal participeren. Daarin wijken wij af van de gebruikelijke maatschappelijke opvang.”

Een oud kandidaat van Springplank is blij met zijn werk en woning. Beeld: Noortje Artz

Domme bureaucratie

Lef tonen: misschien wel de belangrijkste eigenschap van Eradus en Springplank. “Toen ik het nieuwe college in Eindhoven moest toespreken, heb ik ook gezegd: weet wat je met mij in huis haalt. Ik kleur buiten de lijntjes en rek de grenzen op. Als kandidaten niet voor schuldsanering in aanmerking komen, kijken wij hoe wij een lening kunnen verstrekken met behulp van sociale investeerders, en we zetten alles op alles om dat erdoor te krijgen. En dat zal ik dan ook ten alle tijde rechtvaardigen: ik vind het ontoelaatbaar om mensen te laten verzuipen in domme bureaucratische regels. Als ik daarvoor op het randje van fraude moet gaan zitten, dan doe ik dat. Ik verwacht dat ook van mijn medewerkers, en ik zal daar ook altijd de verantwoordelijkheid voor nemen.”

Waar komt de gedrevenheid van Eradus vandaan? “Deels uit mijn eigen moeilijke jeugd. En ik ben twintig jaar geleden als maatschappelijk werker begonnen in de verslavingszorg. Ik heb veel ellende gezien, je kunt het zo gek niet bedenken. De treurnis die ik zag heeft me gepakt, ik wil onuitputtelijk goede dingen doen voor de mensen. Aan de andere kant moet ik oppassen: ik heb al zoveel meegemaakt, dat ook mijn eigen normen en waarden zouden kunnen vervagen. Want als hulpverlener krijg je ook veel over je heen: agressie, scheldpartijen, confrontaties met zelfdoding. Je moet een dikke huid hebben, en soms kan die dikke huid leiden tot een vervaging van wat ‘normaal’ is. Toch blijf ik altijd een idealist. Ik wil strijden. Maar dan wel voor mensen die zelf ook wíllen.”

Reacties

xMet het invullen van dit formulier geef je Renda en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren