Log in
inloggen bij Renda
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Artikelen

Vrouw in de bouw

Wikke Peters - 16 juni 2020
Eigenlijk is Helena Spits, oprichter van Bouwzorg Fryslân, een techneut pur sang. Hoe je huizen bouwt, dat hoef je haar niet uit te leggen. "Soms merk ik wel dat het in de bouw lastig gevonden wordt, een vrouw die technisch gezien haar mannetje staat." Maar die techniek, zegt Spits, is de uitdaging niet. "Onze opgave zit veel meer in de 'vermenselijking' van de sector."

Dit interview is eigenlijk een pleidooi voor méér aandacht voor de ontwikkeling van soft skills, én voor meer vrouwen in de bouw. “Met méér techniek en innovatie alleen krijg je mensen niet mee, al helemaal niet in bijvoorbeeld de energietransitie. Mensen willen gezien, gehoord en begrepen worden. Dat geldt voor bewoners, maar zeker ook voor de jongens op de bouw. Vrouwen zijn daar sterk in, en die kracht zouden we meer moeten benutten”, aldus Spits.

Speelveld

“Het is een gegeven dat mannen en vrouwen niet gelijk behandeld worden. In de bouw is dat niet anders. Onze maatschappij heeft het niet zo op sterke vrouwen. Dat bedoel ik niet als slachtoffer: zo is de situatie nou eenmaal, en die wordt door zowel mannen als vrouwen in stand gehouden. Vroeger werd ik daar wel door geraakt, en kon ik er ook emotioneel op reageren. Nu besef ik, dat dit nou eenmaal de situatie is en dat ik die niet kan veranderen. Ik heb alleen invloed op mijn eigen reactie hierop, en mijn eigen gedrag”, vertelt Spits.

Hoe meer je de bal nét binnen de lijnen kunt spelen, hoe meer je 'wint'.

Helena Spits

“Als vrouwen kunnen we veel van mannen leren. Vrouwen zijn geneigd hun werk heel serieus te nemen, alsof hun leven ervan af hangt. Die werken zich een slag in de rondte, omdat ze denken dat ze alleen door keihard werken zichzelf bewijzen en serieus worden genomen. En vergeten dan bijvoorbeeld aandacht te hebben voor netwerken, iets wat minstens zo belangrijk is in onze sector. Mannen snappen dat beter. Mannen zien werk meer als een spel. Met een vooraf vastgesteld speelveld, en bestaande spelregels. Hoe meer je de bal nét binnen de lijnen kunt spelen, hoe meer je ‘wint’. Ik probeer mijn werk ook als een spel te zien. Overigens zónder afbreuk te doen aan mijn idealen en drijfveren. Die heb ik nog steeds.” Want, zo vertelt Spits, soms mist ze in de bouwsector wel eens een doordacht antwoord op de vraag ‘waarom bouwen we eigenlijk?’

“Bouwen lijkt een doel op zich te zijn. Lekker praktisch: bouwen, meters maken, geld verdienen. Als klein meisje speelde ik met Lego en Playmobil en bouwde ik hele dorpen. Toen ontdekte ik: een mooie woonomgeving draagt bij aan het geluk van mensen. Na mijn studie Bouwkunde ging ik werken voor een architectenbureau. Daar verloor ik mijn drijfveer even uit het oog: het ging om scoren. Toen ik terugverhuisde naar Friesland en als bouwopzichter bij een woningcorporatie ging werken, wist ik ineens weer waarom ik voor de bouw had gekozen. Het gaat om ménsen, om luisteren, om het creëren van een leefomgeving die past bij hun wensen en behoeftes.” Spits volgde daarna ook een studie commerciële economie. “Ik leerde daar onder andere dat 1 en 1 helemaal niet altijd 2 is, maar soms ook 3, 5 of 7 kan zijn. Dat was even wennen voor mijn technisch brein. Maar die studie heeft me wel uitgedaagd meer te gaan kijken naar de ontwikkeling van soft skills in deze door techniek gedreven branche.”

Zachte manier

Want juist dat is de uitdaging waar we voor staan, zeker in de sociale woningbouw, zegt Spits. “Kijk, als je een nieuwbouwwoning koopt, dan kies je, en je wéét waarvoor je kiest. Mensen in de sociale huursector hebben die keuze niet. Je inkomen bepaalt waar je woont, er is minder te kiezen. Huurders hebben soms het gevoel dat ze iets door hun strot geduwd krijgen. Ze denken: ‘Waarom moeten wij ook nog opdraaien voor die energietransitie?’ Wij, de professionals, projecteren onze visie op hen: huurders moeten de energietransitie belangrijk vinden en eraan willen bijdragen. Maar zo werkt het volgens mij niet. Natuurlijk, de energietransitie is belangrijk, en de grote aantallen zitten in de sociale huur. Maar we zitten nu op het punt dat meer techniek en meer efficiëntie niet leiden tot een groter draagvlak. De sleutel tot draagvlak zit in inclusiviteit. Geen groepen mensen overslaan, maar hen juist deelgenoot maken van en mee laten beslissen in je afwegingen. Zonder oordeel naar hen proberen te luisteren, en hen op een zachte manier meenemen in het proces.”

Als je je personeel wilt behouden, moet je hen het gevoel geven dat ze écht ergens onderdeel van uit

Jongens van de bouw

Dat gezegd hebbende, vindt Spits dat niet alléén de bewoner centraal zou moeten staan in de opgave. “We hebben nu een volle focus op renovatie in bewoonde staat. Voor een individuele bewoner is dat tien dagen ellende, en dan is het weer voorbij. Voor de jongens die het werk uitvoeren, gaat het constant door. Hun werk heeft geen begin of eind, er is elke dag weer een nieuwe bewoner. Er is tijdsdruk, de planning moet worden gehaald, er is druk om zo efficiënt mogelijk te werken. Combineer dat met een steeds grotere groep kwetsbare bewoners, en je beseft dat we veel van de jongens in de bouw vragen. Daar moet je aandacht aan besteden, je moet juist ook bij deze jongens investeren in het ontwikkelen van soft skills. Hoe ga je om met kwetsbare bewoners? Wat doe je als iemand boos wordt?”

“Onlangs hebben we een casus gedeeld met jongens uit de bouw. Er was een huurder met zware PTSS (posttraumatische stressstoornis). Renoveren bij hem was geen optie. Dat respecteerden we. Maar eigenlijk trok hij het renoveren bij de buren ook niet. Dat werd natuurlijk ingewikkelder. Dus we gingen met deze huurder in gesprek en maakten heldere afspraken. Over op welke tijden hij geluidsoverlast kon verwachten. Hoe hij op prikkels reageerde, en welke omgevingsreactie hij dan prettig vond. Voor de huurder in kwestie heel fijn. Eindelijk iemand die vraagt: ‘Hoe is het nou voor jou?’ Maar ook voor de uitvoerende jongens was het prettig. Het gaf inzicht, en een antwoord op de vraag: hoe kun je jouw eigen reactie aanpassen?”

Een intensieve manier van werken, beseft Spits. Niet iets wat je zomaar even naast je ‘gewone’ werk als uitvoerder doet. “En de vraag is: willen we daarin investeren? Er is werk genoeg op het moment, zoveel dat je als bedrijf niet per se die inzet op soft skills nodig hebt om toch aan het werk te zijn. Maar ik denk dat de winst ook aan de andere kant zit: als je je personeel wilt behouden, is het belangrijk hen het gevoel te geven dat ze écht ergens onderdeel van uitmaken. Dat er aandacht is voor hen, dat ze gezien en gehoord worden. Dat je als het ware een gemeenschap bouwt waarin mensen zich thuis voelen. Soms zit dat in kleine dingen. Maak die bouwkeet eens schoon, zorg dat het er gezellig is, schenk goede koffie. Het bouwen van zo’n gemeenschap en het ontwikkelen van de soft skills, dat is iets waar vrouwen een rol in kunnen spelen. Nu verdwijnen vrouwen nog te vaak uit de bouwsector. Ze voelen zich er niet altijd thuis. En dat is zonde. Mijn advies: hou vast aan dat waar je voor staat. Als dat geaccepteerd wordt, kunnen we veel bereiken. En daar heb je mannen én vrouwen voor nodig.”

Reacties

Helena Spits samen met haar collega's Ramona van den Berg en Shanty Krikke. Beeld: Bouwzorg Fryslân
xMet het invullen van dit formulier geef je Renda en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Renda ©2020. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren