netwerk voor professionals in de sociale woningbouw

De weerbarstige praktijk
Wikke Peters

di 24 september 2019
artikel

Vragen blijven stellen. Vooral telkens weer die 'waarom' vraag. Alle partijen - corporaties, aannemers, leveranciers, architecten - nog vóór de start van het ontwerpproces al bij elkaar aan tafel. Kleine stapjes zetten, met zoveel mogelijk partijen tegelijk. Hanneke van der Heijden van Woonstad Rotterdam en Jan Baarends van SW Vastgoedverbetering ádemen circulariteit. Een interview over de weerbarstige praktijk.

Hanneke van der Heijden is Sustainability Specialist bij Woonstad Rotterdam en houdt zich, sinds ongeveer een jaar, fulltime bezig met circulariteit en klimaatadaptatie. Bijzonder, weet ze, want haar functie is vooralsnog uniek binnen de corporatiewereld. “Maar wel nodig. Circulariteit is namelijk niet alleen een technisch, financieel of zelfs materieel vraagstuk, het is vooral een organisatievraagstuk. Circulariteit is op dit moment niet iets wat je gewoon inkoopt, je moet het mét elkaar organiseren. Binnen je eigen organisatie en binnen de keten. En daarvoor moet je met elkaar aan tafel.”

Het stellen van de ‘waaromvraag’, dat drijft Jan Baarends, regiodirecteur bij SW Vastgoedverbetering. “Zoals kinderen dat doen. Hoe vaker je de waaromvraag stelt, hoe meer je erachter komt dat je een hele hoop dingen uit gewoonte doet. Gewoon, omdat we ze nou eenmaal altijd zo doen. Zonder ons af te vragen of ze nog langer zinvol of relevant zijn. Waarom zijn er kozijnen? Omdat we ramen willen om door naar buiten te kijken, is het eerste antwoord. Maar het principe van kozijnen is gebaseerd op onze vroegere manier van bouwen, toen we iets nodig hadden om de aansluiting met de muur netjes te krijgen. We zijn inmiddels in staat om zó te bouwen, dat dat niet langer nodig is. Maar de vraag waaróm we kozijnen nodig hebben, stellen we niet. Daar begint wat mij betreft circulariteit: met je afvragen of dingen ook anders kunnen.”

“Ons primaire doel om werk te maken van circulariteit is het verlagen van onze CO2 voetafdruk”, vertelt Van der Heijden. “De CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving gaat vaak over de uitstoot die het gevolg is van de vraag naar elektriciteit en warmte. Maar er valt veel meer winst te behalen. Alle materialen die nodig zijn voor nieuwbouw, renovatie en onderhoud hebben namelijk ook een enorme ecologische impact Denk aan de uitputting van primaire grondstoffen en de CO2-uitstoot die nodig is voor de winning van grondstoffen, de productie van materialen en (half)fabricaten en de vele transportbewegingen die nodig zijn in de keten van grondstof tot eindproduct. Er zijn zoveel vraagtekens, we weten nog steeds niet waar een bouwproduct écht vandaan komt en wat de werkelijke kosten zijn, als je ook naar footprint en impact kijkt. Circulariteit gaat in mijn ogen dan ook over het heroverwegen van de vraag waarom je bepaalde grondstoffen gebruikt, of er alternatieven beschikbaar zijn met een lagere negatieve impact en over de mogelijkheid om in de toekomst materialen opnieuw toe te passen, zodat de afhankelijkheid van virgin materials -nieuwe, nog niet eerder gebruikte materialen- afneemt.”

En wat circulariteit níet is, daar heeft Van der Heijden ook wel ideeën over. “Circulariteit is zeker niet het principe van de kringloopwinkel: afgedankte spullen goedkoper aanbieden, en een vlek in die bank accepteren omdat die maar vijftig euro kost. Dat is geen circulariteit, dat is het lineair verlengen van de levensduur van een product dat naarmate de tijd vordert steeds verder afneemt in waarde. Circulariteit gaat juist over waardecreatie.”

"Circulariteit begint wat mij betreft met je afvragen of dingen ook anders kunnen."

Oude bureaubladen

Van der Heijden en Baarends leerden elkaar kennen tijdens het project rondom de renovatie van het complex de Lollipop in Rotterdam. Een project waarin stevig werd ingezet op hergebruik van materialen: oude bureaubladen tegen de gevel, afgedankte koelkasten voor isolatie en autoruiten als beglazing. Een project waar ze beiden veel van leerden. Baarends: “En ik vind het ontzettend belangrijk om niet alleen successen, maar juist ook de lessons learned te delen. Circulariteit is een proces, met gradaties, geen kwestie van ‘wel of niet’. Je probeert dingen uit, merkt gaandeweg wat wel of niet werkt, loopt tegen dingen aan die je niet voorzien had. Dát zijn de dingen waarin we van elkaar kunnen leren.”

Wat was de belangrijkste les van de Lollipop? Baarends: “De uitvraag was planmatig onderhoud plus wat extra’s in circulariteit. Die circulariteit is binnen het project vertaald naar hergebruik van materialen. We zijn razend enthousiast gestart, en helemaal opgesoupeerd door het toepassen van alternatieve materialen. We verloren een beetje de focus op de oorspronkelijke vraag uit het oog.”

Van der Heijden: “Volgens mij zijn er twee manieren om in te stappen in een circulaire economie. De ene gaat uit van de ‘achterkant’; al het vrijkomende materiaal dat gezien wordt als afvalstroom wil je een tweede leven geven. Dat leidt vaak tot bijzondere, ludieke of disruptieve projecten. Ik zie dat bijna als een soort kunstenaarschap. Die projecten zijn belangrijk; ze stemmen tot nadenken. De andere route haakt aan op de ‘voorkant’ van de circulaire economie, namelijk het heroverwegen van je inkoopproces als opdrachtgever en je ontwerpkeuzes als producent. Als corporatie zijn wij een opdrachtgever in de bouw, we kopen onze activiteiten in bij partners. Aan ons dus de taak om de juiste vraag te stellen, aan onszelf en aan de markt. Bijvoorbeeld: realiseer voor dit complex een gevel met een zo laag mogelijke CO2-uitstoot binnen de randvoorwaarden van te behalen energieprestatie, onderhoudswensen, tijd en geld. Door op die manier de vraag te stellen, krijg je vaak een ander project dan wanneer je redeneert vanuit materiaal dat hergebruikt moet worden.”

Baarends: “Zolang een opdrachtgever zulke vragen niet stelt, verandert er ook niet veel bij de opdrachtnemers, aannemers en leveranciers. Die hebben namelijk over het algemeen baat bij de status quo. Natuurlijk, veel mensen zijn enthousiast over circulariteit, totdat je aan hun verdienmodel komt. Je gaat iets vinden van de manier waarop ze al jarenlang hun dingen doen. Dat kan bedreigend zijn.”

"Je moet ook niet te ver voor de troepen uit willen lopen."

Bedreigd door innovatie

Transparantie, vertrouwen en de bereidheid om te investeren in een samenwerking zijn wat Baarends betreft de middelen om de status quo te doorbreken. “We voeren dat gesprek natuurlijk niet alleen met onze opdrachtgevers, maar juist ook met onze toeleverende keten, de adviserende keten en de productieketen. Durven ze een investering in tijd geld, kennis en energie aan te gaan? Waar wij als sector gewend zijn aan een directe beloning – je levert een pand op en stuurt de volgende dag een factuur – kent circulariteit veel meer een uitgestelde beloning. Je plukt er pas jaren later de vruchten van. Dat moet je durven. Veel bedrijven hebben baat bij hoe onze economie op dit moment georganiseerd is en voelen zich bedreigd door innovatie.”

Van der Heijden: “Er wordt vaak gedacht dat circulariteit en duurzaamheid duurder zijn dan bouwen zoals we het gewend zijn. Maar we kunnen op een andere manier naar het financieringsmodel kijken. Misschien vergt het aan de voorkant een grotere investering, maar op de lange termijn heb je veel meer rendement. Stel: de keukens en badkamers in een complex moeten vervangen. Maar je weet ook dat je dat pand over tien jaar gaat renoveren of slopen. Als je nou al die keukens en badkamers demontabel maakt, behoud je de waarde die je er nu in stopt voor een later moment.”

Aanmodderfase

Van der Heijden: “Datzelfde principe geldt trouwens ook voor je ontwerpproces. Dat neemt, als je begint met het stellen van een andere vraag, meer tijd in beslag. Dat vinden we soms moeilijk: we zijn resultaatgericht en gewend te denken in technische oplossingen. Als we het niet meer weten, brengt de techniek uitkomst. Maar juist die fase die daaraan vooraf gaat, met alle partijen aan tafel zitten en vaststellen wat je wil bereiken, is belangrijk. Voor veel mensen is zo’n ‘aanmodderfase’ best ingewikkeld. Maar daar doorheen gaan, elkaar de juiste vragen blijven stellen, een gezamenlijke taal ontwikkelen, dat levert zoveel inzichten op waar je later in het traject profijt van hebt.”

Baarends: “Wat ik een schrikbeeld vind, is dat circulariteit straks een certificaat voor aan de muur is, en dat we verder gewoon min of meer op dezelfde manier doorgaan, niet omdat dat noodzakelijk is, maar omdat het een ingesleten patroon is. In basis zou je een nieuw huis moeten kunnen ontwerpen van natuurlijke materialen, met één waxinelichtje voor verwarming, en één waxinelichtje voor licht. Interessant om eens na te denken over de vraag wat dáár voor nodig is.” Van der Heijden voegt toe: “En tegelijk moet je ook niet te ver voor de troepen uit willen lopen. Mensen moeten kunnen volgen wat je aan het doen bent. Toen de eerste auto’s op de markt kwamen, leken die op paardenkarren, alleen dan met een motor erin in plaats van een paard ervoor. Als je van de paardenkar meteen naar een Tesla was gegaan, waren mensen zich rot geschrokken.”

Baarends: “Ik wil een steen in de vijver gooien. Een steen die een rimpeling veroorzaakt, die iets in beweging zet. Een beweging die ook de komende economische crisis – want die komt er, vroeger of later – overleeft. Die ervoor zorgt dat we niet meteen, uit lijfsbehoud, weer teruggrijpen naar dat wat we altijd gedaan hebben. Want daarmee maken we onze eigen wereld uiteindelijk kapot.”

Tijdens de Dag van de Circulariteit nam Jan Baarends de deelnemers mee in zijn ervaringen.

Reacties

xMet het invullen van dit formulier geef je Renda en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren