netwerk voor professionals in de sociale woningbouw

De smaken van energieneutraal - deel 3
De bewoner laten kiezen
Haico van Nunen

ma 20 augustus 2018
artikel

Het lijkt wel of alles in terugkerende cycli gebeurt. Alleen wanneer je de vorige cyclus niet hebt meegemaakt lijkt alles nieuw. Dit gaat ook op voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Jammer want niet alles hoeft opnieuw uitgevonden te worden. Met ruim 17 miljoen ervaringsdeskundigen op het gebied van wonen zijn we niet met iets nieuws bezig. Daarom gaan we even terug in de tijd.

In de jaren ’80 was er een vergelijkbare besparingsopgave maar dan enkel gericht op energie (lees geen CO2!). In eerste instantie dacht men dat op te kunnen lossen met eenvoudige maatregelen zoals na-isolatie en dubbel glas. Dat gaf echter grote problemen met het binnenklimaat. Uit onderzoek toegepast bij 21 demonstratieprojecten bleek dat de besparingsdoelstellingen alleen gehaald konden worden met een aanpak waarbij isolatie-, installatie- en onderhoudsmaatregelen integraal werden toegepast. De overheid evalueerde deze aanpak uitgebreid met bewoners in het onderzoeksprogramma E’novatie.

Een vraag die bij E’novatie centraal stond was hoe de grote bouwproductie na de oorlog onderhouden en tevens energetisch verbeterd kon worden. Dat is exact de opgave waar we vandaag de dag weer voor staan. En meer, want het gaat nu over de totale woningvoorraad. Naast de omvang is ook de doelstelling aangepast. Bij E’novatie was de ambitie ‘substantiële energiebesparing’. Anno 2018 zijn de doelen scherper geformuleerd. Het lijkt erop dat we in 2030 maar liefst 49% CO2-reductie in de gebouwde omgeving behaald moeten hebben en later zelfs 80-95%. Gelukkig zijn ook de oplossingen ondertussen verder ontwikkeld. Denk aan triple glas, warmtepompen en hoogwaardige isolatie. Destijds deed de overheid gedegen onderzoek naar de effecten en onderlinge samenhang van maatregelen. Nu wordt dat aan de markt over gelaten. En dan wordt er toch eerder gekeken naar de grootste winst en eigen impact, en niet naar de samenhang.

Bij het opknappen van woningen draait het echter vooral om de bewoner, als die het niet ziet zitten gebeurt er niets. Er kunnen pas echt stappen gezet worden wanneer bewoners meer inzicht krijgen in de opgave, en oplossingen waaruit ze kunnen kiezen. Gelukkig is ook deze groep veranderd sinds het verleden. Met ruim 5 miljoen particulieren en 2,5 miljoen huurders is de stem van de ‘consument’ overal aanwezig. Een consument die door opleiding, internet en een groot sociaal netwerk mondiger is dan ooit tevoren en prima in staat is zijn stem te laten horen.

Van Infra en type naar duurzaam wonen

Dit is het derde artikel in de serie over de transitie naar een energieneutrale woningvoorraad. De keuze van de infrastructuur en de impact van verduurzamen per woningtype zijn in de eerste twee delen aan bod gekomen. Nu gaat het over de daadwerkelijke maatregelen en het maken van keuzes om tot duurzaam wonen te komen en daarmee komt de bewoner centraal te staan. Allereerst moeten we accepteren dat duurzaamheid geld gaat kosten. Of dat nu komt doordat de energieprijzen gaan stijgen, of doordat je investeert in een woning met een lager (of zelfs nul) gebruik. Zelfs als je niets doet gaat het geld kosten, wellicht nog meer dan wél iets doen.

Ten tweede is ondanks dat de opgave zo groot is, de kans klein dat er een oplossing komt die in één keer alles oplost. Daarop wachten heeft dan ook geen zin en maakt het probleem enkel groter. Er wordt vaak verwezen naar resultaten uit het verleden, de productie van nieuwbouw wijken, de toepassing van systeembouw woningen en het aanleggen van gasleidingen in de jaren zestig. Dit zijn vergelijkingen die leuk zijn voor op het podium. Maar renoveren in een bestaande wijk is echt een ander opgave. De transitie van de gebouwde omgeving zal een resultaat zijn van vele voorbeelden en oplossingen waarbij alleen de som van het resultaat telt.

Maar wat moet je nu gaan doen en hoe bepaal je de eerste stap voorwaarts? Verduurzamen gaat niet over dubbel glas of spouwisolatie. De opgave is een grote mate van vraagreductie, gecombineerd met efficiëntere installaties. En iedere woning en bewoner kent hierin zijn eigen voorkeur. Deze boodschap is bij de gemiddelde consument nog niet geland, en dat kan ook niet want er is vanuit de overheid nauwelijks gecommuniceerd. We horen kreten als ‘aardgasloos’ en ‘nul op de meter’, maar dat dit ook echt iets voor je woning en de manier waarop je woont betekent, realiseert niemand zich. Er is ook geen aanbod waar je uit kunt kiezen. Bij bijvoorbeeld cosmetica word je in ieder bushokje eraan herinnerd dat het verkrijgbaar is. Behalve kunststof kozijnen en een VELUX dakraam komt de gemiddelde consument niet in contact met ‘het renovatie aanbod’.

"Er worden pas echt stappen gezet wanneer bewoners meer inzicht krijgen in de opgave."

De reclame in bushokjes gaat meestal niet over het verduurzamen van je huis.

Sparen is ook een keuze

Iedere duurzame transitie start met herkenning van de huidige kwaliteit. Zonder begrip over de opgave en je eigen positie binnen deze opgave wordt iedere verandering een ingewikkelde taak. Daarom is het van belang dat we de omvang van het verduurzamen zichtbaar maken voor iedereen. Met de kennis van de infrastructuur en de woningtypen kan eenvoudig worden aangeven waar je staat en welke verbeteringen aan de woning nodig zijn richting de stip op de horizon. Dit is niets anders dan Aedes in haar routekaart voor de corporatiewoningen becijferd heeft. Daar is een investering van 108 miljard uit gekomen. Als we dat over de 2,25 miljoen sociale huurwoningen delen zijn de meerkosten voor verduurzaming € 48.000,- per woning. Dit soort bedragen (of zelfs meer) gelden ook voor de particuliere sector, want daar zijn nu eenmaal dezelfde woningen gebouwd.

Het is goed te begrijpen dat een consument hier op dit moment niet voor kiest. Zeg nu zelf, wie heeft er € 48.000,- op de plank liggen? Maar het geeft wel aan dat er rekening gehouden dient te worden met substantiële investeringen. Eigenlijk zou je als bewoner, net als een corporatie, een routekaart moeten maken naar 2050, waarbij je de verduurzaming parallel laat lopen met onderhoudsmaatregelen die je toch moet nemen. Een planning, zodat je weet waar je aan toe bent en welke financiële middelen je wanneer nodig hebt. Het kan daarom ook een keuze zijn om nu te sparen, zodat je straks op tijd de middelen hebt om tot verduurzaming over te gaan.

Reis door de wijk

Maar het begint bij bewustwording van bewoners. Hoe creëer je dat? Als corporatie ben je eigenaar van de woningen en maak je een plan, waarbij je bewoners mee wil krijgen. Minimaal 70% instemming is een vereiste, maar eigenlijk wil je een breed gedragen plan waar alle bewoners achter staan. Of beter nog, een plan dat je samen hebt bedacht! Aangezien verduurzaming bij bewoners nog geen prioriteit heeft, moet je nu vooral kijken hoe je kunt aansluiten op de bestaande woonwensen.

De voormalig hoofdredacteur van Renda zei dat ‘huurders soms net echte mensen zijn’. Ook bij corporatiebezit zal je je dus moeten verdiepen in de individuele situatie van mensen. Dit geldt in nog grotere mate bij de particulieren. Gemeenten die het stimuleren van verduurzaming van de particuliere woningvoorraad hoog in het vaandel hebben staan moeten zorgen dat er een passend aanbod komt om die particuliere markt te kunnen bedienen. Het devies aan die gemeenten is: BEGIN! De verleiding is groot om je alleen bezig te houden met onderzoek naar welke energiedragers geschikt zijn voor welke wijken (opdracht van de landelijke overheid), maar over drie jaar sta je dan voor dezelfde vraag: hoe sluit ik aan bij de woonwensen van particulieren? Leer de mensen en hun vragen kennen.

Met een beetje gezond verstand is het niet zo moeilijk. Ga via reeds bestaande kanalen in gesprek met bewoners en vraag waar ze staan. Het is nog een beetje onwennig voor zowel gemeenten en woningcorporaties om mensen zélf te vragen wat ze zouden willen maar als je ervoor open staat kun je nog wel eens tot goede ideeën komen, samen! En laat vooral de vrije markt, de vrije markt. Investeer niet in DENKEN, maar in DOEN! Geen betaalde uren meer voor praten over verduurzamen, maar voor keiharde bespaarde kilogrammen CO2. De voorbeelden daarvan, en met name de bewoners, kunnen ervoor zorgen dat ook andere bewoners tot actie overgaan. We moeten gaan kijken vanuit de kans dat er 17 miljoen potentiele duurzaamheidsambassadeurs rondlopen. Daar wordt de opgave ineens een stuk minder ingewikkeld van.

Kosten als knelpunt

Het is duidelijk dat verduurzaming geld kost. De hoop van de overheid is dat wanneer corporaties het voortouw nemen dit leidt tot schaalvergroting en daarmee de kosten van de diverse maatregelen omlaag zullen gaan. Voor de afzonderlijke producten zoals pv panelen en warmtepompen kan dat wel opgaan. Meer volume kan leiden tot een kostprijsreductie. Echter moeten die producten in de gebouwde omgeving wel aangebracht worden, en daar zit het probleem. De markt is nu zo overspannen dat arbeid schaars en duur is. Bovendien voelen de uitvoerende partijen geen urgentie om het productieproces te innoveren zodat er goedkoper en met minder arbeid gewerkt kan worden. Want na jaren van schaarste is er nu weer voldoende werk. Iedere minuut die ze besteden aan ‘nieuwe dingen’ lopen ze gegarandeerd omzet mis. Er is werk genoeg en geen tijd om na te denken, en zeker niet om te veranderen.

Met het huidige kostenniveau kan de sociale huurmarkt en zeker de particuliere markt echter niet bediend worden. Gunstige financieringsmogelijkheden en extra subsidies kunnen dit alleen verzachten maar niet oplossen. Het wordt tijd dat er nieuwe spelers op de markt komen die op een andere manier het productieproces insteken en zoeken naar oplossingen die handelen vanuit het perspectief van de bewoner. De vraag is of dit uit de bouw zelf komt, of externe partijen zoals industrie of zelfs financiers. In de toekomst van duurzaam wonen zal het meer gaan draaien om dienstverlening vanuit beheer en onderhoud van de woning. En daarmee komt er definitief een einde aan de grote nieuwbouw-golf waarbij de samenleving kon worden gebouwd van bovenaf.

"Ga via reeds bestaande kanalen in gesprek met bewoners en vraag waar ze staan."

Planmatig verduurzamen

We kunnen veel leren van het verleden door ernaar te kijken en voor onszelf te bepalen of we het de moeite waard vinden om te herhalen. Bij E’novatie was het moment van gepland onderhoud voor corporaties de aanleiding voor verduurzaming. Maar dat bleek nog niet zo eenvoudig, het was meer dan alleen stapelen van losse producten. De huidige praktijk van duurzame renovatie laat wederom zien dat losse maatregelen en producten geen toekomstbestendig eindresultaat bieden. Er moet gezocht worden naar nieuwe vormen van ondersteuning bij het maken van een plan voor de verduurzaming. Een van de geleerde lessen is dat de oplossing eigenlijk nooit uit de eigen gelederen zal komen. Daarvoor is er te veel afleiding aanwezig vanuit de waan van de dag. In gesprek gaan met bewoners kan hierbij helpen. En in deze tijd van Amazon, Google, Apple en Facebook ligt de infrastructuur om de huidige kennis van wonen en woningen direct aan bewoners te ontsluiten, recht onder onze voeten. Het gaat hierbij niet om gelikte en mooi getekende catalogussen van producten, al dan niet digitaal gemaakt, maar om uitgewerkte stappen in de tijd. Die stappen zijn dan tot en met de overdracht van de woning georganiseerd. De kosten en financieringsmogelijkheden zijn vooraf aangegeven. De praktijk van duurzaam renoveren, van componenten gericht op de vraag-van-1, heeft daarmee zijn grootse innovatie ooit behaald door vanuit de bewoner te gaan denken. Het geeft mensen iets te kiezen.

Toekomstdromen, jazeker, maar ook noodzakelijke voorwaarden om tot verduurzaming van onze woningvoorraad te komen. Want als je de bewoner niet bedient, wie zet dan de eerste stap?

Het verduurzamen van woningen met behulp van zonnepanelen.

Reacties

Rob Simons - Woonbedrijf SWS.HhvL 22 augustus 2018 12:22

Beste Haico, De complimenten voor je drie artikelen. Vanuit technocratische oplossingen omdenken naar denken vanuit de bewoner. Voorzien in behoeftes die de bewoner zelf wenst, en kan betalen, is de weg van de toekomst. Omdenken kan ook betekenen dat we, voor de bestaande bouw, de trias energetica letterlijk op zijn kop zetten. Eerst besparen op energiegebruik door te investeren in de modernisering van de verwarmings- en ventilatie-installaties (lokaal verwarmen en ventileren), het tochtdicht maken van de woning en beperkt isoleren. In stappen naar een CO2 vrije woning.

xMet het invullen van dit formulier geef je Renda en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2018 Aeneas Media

Dé bewoner bestaat niet

Kom op 11 oktober naar de Dag van de Bewoner en verdiep je in de identiteit van huurders in onze sector!

Bekijk het programma

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren